Afbeelding

Weegschaal: moraal vs eigenbelang. Illustratie: ChatGPT

Weegschaal: moraal vs eigenbelang. Illustratie: ChatGPT.

/ analyse

Overwinning op systeemcrisis: van moraal naar eigenbelang

In het kort:

  • De moraal is terug van weggeweest, maar leidt niet automatisch tot verandering.
  • Onderzoek: kracht van materiële belangen als motor achter maatschappelijke mobilisatie.
  • Betekent de systeemcrisis het einde van ‘doe goed’ en de opkomst van ‘doe slim’?

Decennialang stond de moraliteit in het Westen grotendeels in de slaapstand. De nadruk op individuele vrijheid maakte dat vrijwel alles werd teruggebracht tot een praktische of persoonlijke keuze. Maar onder invloed van de huidige systeemcrisis wordt de moraliteit nu steeds vaker van stal gehaald. Maar inmiddels is ook de oproep tot een andere benadering te horen, één waarin materiële belangen centraal komen te staan.

Feit is dat moraliteit de laatste jaren steeds meer aandacht heeft gekregen. Thema’s als klimaat, identiteit, consumptie, technologie, taalgebruik en gezondheid worden niet langer uitsluitend benaderd als persoonlijke voorkeuren, maar steeds vaker als kwesties van goed of fout. Neem vliegen: het kan worden gezien als een vervoerskeuze, maar ook als een klimaatvraagstuk. Hetzelfde geldt voor consumptie, dat zowel samenhangt met koopgedrag als dat het een uitdrukking kan zijn van onderliggende waarden.

Onderzoekers constateren dan ook dat steeds meer onderwerpen een morele lading krijgen, omdat ze worden opgevat als een uitdrukking van waarden. Veel mensen voelen zich daardoor maatschappelijk sterker betrokken.

Moraliteit als onderscheidend wapen

In de publiciteit valt op dat gebeurtenissen die verontwaardiging oproepen, morele duidelijkheid bieden of een sterke groepsidentiteit uitstralen, meer aandacht krijgen. Daardoor worden kwesties vaker gepresenteerd als een strijd tussen goed en kwaad, vooral binnen politiek, cultuur en maatschappelijke discussies. In de Tweede Kamer zien we vrijwel dagelijks hoe moraliteit wordt ingezet als onderscheidend wapen in debatten en in de bejegening van andersdenkenden.

Ook op sociale media is er meer aandacht voor discriminatie, oorlog, corruptie, misbruik en ongelijkheid. Gesprekken gaan daardoor indirect vaker over morele betrokkenheid en daarmee ook over het zelfbeeld van de deelnemers. Kritiek wordt dan sneller ervaren als een persoonlijke of een morele aanval.

Deze ontwikkelingen, die mogelijk voortkomen uit het sterke individualisme van de afgelopen decennia, lijken twee tegengestelde bewegingen te veroorzaken. Enerzijds zijn veel mensen sceptischer geworden tegenover instituties en traditionele morele autoriteiten. Anderzijds spreken zij zelf juist vaker in morele termen. Moraliteit is daarmee als het ware gedecentraliseerd geraakt. Er bestaat minder overeenstemming over wie bepaalt wat goed is en wat niet. Het gevolg is dat de discussie daarover toeneemt.

Dat betekent overigens niet dat mensen moralistischer zijn geworden. Dat lijkt weliswaar zo, maar dat komt omdat steeds meer onderwerpen worden geplaatst in het kader van waarden, identiteit en rechtvaardigheid. Discussies verschuiven daardoor sneller van voorkeuren en feiten naar vragen over verantwoordelijkheid en goed en kwaad.

Transformatieve adaptatie

Drie wetenschappers schrijven in een recent gepubliceerd onderzoek dat moraal weliswaar vaker wordt ingezet in het intermenselijke contact, bijvoorbeeld rond klimaatverandering, maar dat dat niet automatisch leidt tot grotere mobilisatie. Volgens hen kan die mobilisatie worden versterkt door zogenoemde ‘transformatieve adaptatie’ centraal te stellen. In tegenstelling tot meer oppervlakkige vormen van klimaatadaptatie richt deze benadering zich op ingrijpende veranderingen in de sociale en economische verhoudingen.

Volgens de onderzoekers kan klimaatmobilisatie hierdoor worden vergroot, omdat tegelijkertijd vijf doelen worden bereikt die:

  1. directe materiële voordelen opleveren;
  2. een politiek divers publiek aanspreken;
  3. democratische en rechtvaardige instituties bevorderen;
  4. de weerbaarheid tegen klimaatverandering vergroten;
  5. de uitstoot van broeikasgassen verminderen.

Via deze vijf doelen kan zowel klimaatvriendelijk beleid als de bijbehorende instituties duurzamer worden gemaakt. Zij creëren immers groepen die belang hebben bij het behoud ervan en die deze actief zullen verdedigen. Klimaatactivist Kees Klomp wijst erop dat zowel hernieuwbare energieproductie als regeneratieve voedselproductie aanleiding kunnen zijn ‘om het systeem drastisch te veranderen, om een samenleving te creëren waarin we als burgers weer actief regie over ons huidige en toekomstige levensbestaan krijgen en de innig verweven macht van markt en staat tenietdoen.

Kortom: system change, not climate change! We kunnen een massabeweging creëren, maar dan moeten we durven de morele argumentatie (doe goed, red de wereld) plaats te laten maken voor materiële argumentatie (doe slim, bevrijd jezelf uit de vrijemarkteconomie),’ aldus Klomp.

Samsung - voorbeeld van materieel voordeel

De materiële voordelen die de wetenschappers naar aanleiding van hun onderzoek bepleiten, zouden ook binnen een vrije markteconomie gerealiseerd kunnen worden. Dat werd afgelopen maand zichtbaar bij Samsung Electronics. Daar bereikten management en vakbonden een overeenkomst waarbij 78.000 werknemers in de halfgeleiderindustrie samen 10,5 procent van de operationele winst van het bedrijf ontvingen, goed voor 22,6 miljard dollar. Dankzij deze winstdelingsregeling kon het personeel rekenen op een gemiddelde bonus van 400.000 dollar.

De deal tussen Samsung Electronics en de vakbonden komt op een moment waarop wereldwijd de opvatting terrein wint dat in (beursgenoteerde) ondernemingen een te groot deel van de winst naar aandeelhouders vloeit. Volgens critici zou het accent meer moeten liggen op stakeholders, zoals werknemers en andere betrokkenen – precies zoals nu bij Samsung gebeurt.

Critici als Babette Porcelijn, impactexpert en auteur van het boek Trias Economica, pleiten daarom voor andere eigendomsmodellen. Zo bepleit zij binnen beursgenoteerde bedrijven de instelling van een onafhankelijke raad van stakeholders. Daarnaast maakt zij zich sterk voor een omkering van de machtspiramide, waarbij werknemers hun leidinggevenden beoordelen. “One person, one vote” in plaats van “One dollar, one vote”.

Ook de Franse stereconoom Thomas Piketty spreekt zich in een rapport uit voor een drastische verbouwing van de wereldeconomie, waarin zowel de ongelijkheid als de ontwrichtende klimaatcrisis wordt aangepakt. Dat kan door minder te werken en meer te delen.