Afbeelding
Thomas Piketty. Bron: Paris School of Economics.
Thomas Piketty. Bron: Paris School of Economics.
De wereld moet minder werken, minder rood vlees eten en veel rijkdom overhevelen van rijke naar arme landen. Alleen zo kunnen klimaatverandering en wereldwijde ongelijkheid deze eeuw tegelijk worden aangepakt. Dat betoogt de Franse econoom Thomas Piketty in een nieuw rapport van het World Inequality Lab. NRC Handelsblad heeft hem daarover geïnterviewd.
Het Global Justice Report dat donderdag werd gepresenteerd in Parijs bevat een omvangrijk plan voor een fundamentele hervorming van de wereldeconomie. Aan het rapport werkten meer dan veertig onderzoekers mee. Hun centrale conclusie: het is mogelijk om de welvaartsverschillen tussen rijke en arme landen sterk te verkleinen én de opwarming van de aarde onder de twee graden te houden. Maar daarvoor zijn wel ingrijpende politieke keuzes nodig.
Piketty, in 2013 internationaal bekend geworden met zijn bestseller Kapitaal in de 21ste eeuw, noemt de voorstellen zelf ‘helemaal niet zo radicaal’. Volgens hem vragen de grote uitdagingen van deze tijd om een nieuwe economische visie. ‘De problemen waar de wereld voor staat zijn complex. Daar horen ambitieuze oplossingen bij.’
Een van de meest opvallende voorstellen is de oprichting van een wereldwijd rechtvaardigheidsfonds. Dat fonds zou worden gefinancierd met belastingen op de grootste vermogens ter wereld en jaarlijks meer dan 10 procent van het mondiale bruto binnenlands product investeren in klimaatmaatregelen, onderwijs, gezondheidszorg en ontwikkeling in armere landen.
Volgens de onderzoekers zijn bestaande internationale instellingen zoals het Internationaal Monetair Fonds (IMF) en de Wereldbank onvoldoende toegerust om de huidige mondiale uitdagingen aan te pakken. Zij pleiten daarom voor een democratischer systeem waarin de stem van landen uit het mondiale Zuiden zwaarder weegt.
Piketty ziet de voorgestelde geldstromen niet als ontwikkelingshulp, maar als een vorm van compensatie voor historische schade. Daarbij verwijst hij naar de gevolgen van kolonialisme en klimaatverandering, waarvoor rijke landen volgens hem een onevenredig grote verantwoordelijkheid dragen.
Naast herverdeling van rijkdom bevat het rapport een opvallende visie op arbeid. De onderzoekers stellen dat economische groei niet langer vooral moet worden ingezet om meer goederen te produceren, maar om meer vrije tijd mogelijk te maken.
Momenteel werkt de gemiddelde wereldburger ongeveer 2.100 uur per jaar. Dat zou volgens het rapport tegen het einde van deze eeuw kunnen dalen naar ongeveer 1.000 uur per jaar, vergelijkbaar met een werkweek van circa 25 uur.
Volgens Piketty is een dergelijke ontwikkeling historisch niet uitzonderlijk. In veel Europese landen is het aantal gewerkte uren gedurende de afgelopen eeuw al ongeveer gehalveerd. Dankzij technologische vooruitgang en stijgende productiviteit kan die trend zich voortzetten zonder grote welvaartsverliezen.
De onderzoekers wijzen erop dat vrije tijd ook een vorm van welzijn vertegenwoordigt, hoewel die nauwelijks zichtbaar is in traditionele economische maatstaven zoals het bbp.
Het rapport pleit bovendien voor een verschuiving van economische activiteit. Sectoren zoals zorg en onderwijs zouden veel belangrijker moeten worden, terwijl vervuilende activiteiten zoals intensieve vleesproductie en delen van de zware industrie relatief kleiner worden.
Volgens de onderzoekers zijn juist zorg, onderwijs en andere zogenoemde immateriële sectoren essentieel voor toekomstige welvaart. Piketty verzet zich tegen de gedachte dat alleen marktsectoren economische waarde creëren. ‘Onderwijs en gezondheid hebben waarde op zichzelf’, stelt Piketty in zijn interview met NRC Handelsblad.
Ook consumptiepatronen moeten veranderen. De consumptie van rood vlees zal volgens het rapport aanzienlijk moeten dalen om ontbossing en uitstoot terug te dringen. Vooral Noord-Amerika en Europa staan daarbij voor een grote opgave.
De voorstellen sluiten aan bij een bredere discussie over de grenzen van economische groei. Toch benadrukt Piketty dat hij geen voor
stander is van volledige economische stilstand in rijke landen. Volgens hem gaat het niet om minder groei, maar om een andere vorm van groei.
De onderzoekers spreken van sufficiency: een economisch model waarin landen streven naar een welvaartsniveau dat voldoende is voor een goed leven, zonder de draagkracht van de aarde te overschrijden.
In dat model zouden inkomens wereldwijd geleidelijk naar elkaar toegroeien. Het rapport rekent met een situatie waarin landen tegen het jaar 2100 ongeveer hetzelfde welvaartsniveau bereiken, met een gemiddeld inkomen van circa 5.000 euro per maand per persoon.
Het rapport bevat daarnaast voorstellen voor een hervorming van het mondiale financiële systeem. Op langere termijn zou zelfs een nieuwe internationale reservemunt moeten ontstaan, ondersteund door een mondiale instelling onder auspiciën van de Verenigde Naties.
Piketty erkent dat veel van zijn voorstellen politiek moeilijk realiseerbaar zijn. Toch ziet hij ze vooral als een uitnodiging tot debat. Volgens hem zijn fundamentele maatschappelijke veranderingen in het verleden vaak begonnen met ideeën die aanvankelijk onhaalbaar leken.
‘De vraag hoe we wereldwijde welvaart kunnen combineren met een leefbare planeet verdwijnt niet meer’, zegt Piketty tegenover de krant. ‘We zullen alternatieve ontwikkelingsmodellen moeten bespreken. De huidige koers is op de lange termijn simpelweg niet houdbaar.’
Wil je op de hoogte blijven van nieuwe analyses en opiniestukken, podcasts en boekentips? Schrijf je dan in voor de tweewekelijkse nieuwsbrief.