Afbeelding

Oswald Spengler. Bron: WIkicommons
/ Voorlevers

Oswald Spengler - influencers hebben hem nu óók gevonden

Zou je Oswald Spengler, de auteur van het in 1918 verschenen boek De ondergang van het Avondland, een voorlever kunnen noemen? Zijn centrale stelling is namelijk dat beschavingen niet noodzakelijkerwijs door externe vijanden worden vernietigd, maar door interne transformaties. Het is een opvatting die inmiddels door steeds meer denkers wordt gedeeld. 

De centrale stelling in zijn tot het cultuurpessimisme gerekende boek is dat culturen net als individuen opgroeien, volwassen worden en sterven. Die ontwikkeling liet hij in zijn succesvolle boek zien aan de hand van acht wereldbeschavingen. Daarmee stelde hij een alternatief op voor het traditionele maakbare Europese cultuur- en geschiedsopvatting van zowel de verlichting en de renaissance als het christendom.

Interne transformatie kan fataal worden

Naar het oordeel van Spengler (portretfoto) worden beschavingen niet per definitie vernietigd door externe vijanden. Het kan ook het gevolg zijn van een interne transformatie, waarin het zelfvertrouwen gaandeweg plaatsmaakt voor een koudere, administratieve en materialistische samenleving, die in het verlengde daarvan steeds politiek dwingender wordt. Daarbij maakte hij een onderscheid tussen Kultur en Zivilisation. Terwijl cultuur de creatieve fase is, is beschaving de verhardde, late toestand die daarop volgt. 

Der Untergang des Abendlandes

Deze ontwikkeling gaat volgens Spengler gepaard met verlies van vertrouwen en afnemende gehechtheid aan historische verhalen, oftewel het narratief. Tegelijkertijd doen demografische veranderingen hun werk en neemt de polarisatie rond (lands)grenzen en immigratie toe. Herkenbaar in die ontwikkeling is ook dat steden zo kosmopolitisch zijn, dat zij vervreemden van het achterland. Politiek heeft steeds minder met gemeenschapszin te maken en steeds meer met media en geld, alsook met bureaucratie en massabewegingen. 

In de optiek van Spengler verliezen instituties op termijn dan ook aan vertrouwen - wat in Nederland en elders in de Westerse wereld op dit moment ook het geval is. Dat gaat tegelijk gepaard met afnemende gehechtheid aan overgeleverde verhalen. Tegelijkertijd vinden in zo’n periode van implosie demografische veranderingen plaats rond thema’s als grenzen en immigratie. Een andere opvallende trend is dat de grote steden steeds meer vervreemd raken van het achterland en politiek steeds meer een kwestie wordt van media, geld, bureaucratie en massabewegingen. 

Essentieel: behoud van het zelfvertrouwen

In het verlengde daarvan wordt de geschiedenis van het avondland - zijnde het Westen - toenemend geïnterpreteerd vanuit onderdrukking, schuld en verzoening. Tegelijkertijd wordt men steeds terughoudender om grenzen en overgeërfde culturele normen te verdedigen. Behoud van het zelfvertrouwen is naar het oordeel van Spengler essentieel nodig om instellingen in stand te houden, kennis door te geven, grenzen te handhaven, legitimiteit te behouden en een volgende generatie ervan te overtuigen dat het systeem de moeite waard is om over te nemen.

De implosie van landen en beschavingen kan dezer dagen op veel interesses rekenen van wetenschappers en andere auteurs. Zo schrijft belegger Ray Dalio al jaren dat het kapitalisme in een diepe crisis verkeert door inkomensongelijkheid die veel te groot geworden is en uitblijvende hervormingen. Om de toekomst te begrijpen, bestudeert Dalio het verleden. Daarbij kijkt hij naar eigen zeggen naar drie belangrijke krachten in de economie: de groei van de productiviteit, de schuldencyclus over de korte termijn en de schuldencyclus over de lange termijn. Dat laatste is inmiddels op een verontrustend niveau gekomen met een staatsschuld van 40.000 miljard dollar, wat neerkomt op 120 procent van het bruto binnenlands product. 

Signaal: de val van de reservemunt

Dalio stelt dat er inmiddels talrijke aanwijzingen zijn dat de wereld zich aan het einde van een lange schuldencyclus bevindt. In het verleden ging het einde van een dergelijke cyclus gepaard met de val van de reservemunt - in casu de dollar - wat vervolgens het einde in zal luiden van de macht en de rijkdom van de Verenigde Staten. 

Opkomst en ondergang van grote rijken

Vorig jaar verscheen het magnus opus van de wetenschapper Luke Kemp, getiteld Goliath’s Curse, The History and Future of Societal Collapse. Voor dat boek heeft hij 324 casu van geïmplodeerde staten bestudeerd. Wat deze voorbeelden gelijk hebben dat is dat zij geleid werden door geobsedeerde elites. 

Kemp is pessimistisch over de toekomst van deze staten, omdat de corrupte elites vooral op hun eigenbelang zijn gericht. Dat leidt tot extreme sociale, politieke en economische ongelijkheid. Dit gaat gepaard met fiscale fragiliteit, ecologische rampen, crises van legitimiteit en polarisatie. Uiteindelijk zal de economische en financiële ongelijkheid het regime imploderen. 

Inmiddels zijn twee belangrijkste stemmen in het Nederlandse debat op social media van hun geloof aan het vallen. De een is Wouter van Noort van NRC Handelsblad en Kees Storm, schrijver en docent aan de Hogeschool Widensheim in Zwolle. Zo schreef van Noort afgelopen weekend in zijn krant het artikel Leven we aan de rand van de ‘collapse’? Daarin vraagt hij zich af of we een antwoord weten op het nieuwe machinetijdperk? Hij voegt eraan toe dat hij uit de ontkenningsfase aan het komen is.

De onoplosbare permacrisis

Kees Klomp zegt sinds enige tijd op Linkedin dat hij de waarschijnlijkheid van een ineenstorting van de samenleving heel serieus neemt. Daarbij kijkt hij naar drie essentiële indicatoren die bij eerdere ineenstortingen een hoofdrol hebben gespeeld:

1) Complexiteit: de samenleving is niet langer in staat om de problemen die het zelf veroorzaakt nog op te lossen.  
2) Ongelijkheid: er is een grote kloof tussen een kleine, rijke en machtige elite die volop profiteert van de welvaart van de samenleving en het gewone volk dat moet vechten voor haar levensbestaan.
3)Voedseltekorten: het ontbreken van voldoende voedsel om de bevolking naar behoeven te kunnen voeden is dé allerbelangrijkste trigger van opstanden en ineenstortingen. De geschiedenis leert dat die mislukte oogsten altijd te danken zijn aan klimaatverandering en natuurdestructie. Er is altijd een ecologische oorzaak! 

In het verlengde van die drie indicatoren stelt hij dat we in een polycrisis zijn beland, waar alles door elkaar heen en in elkaar overloopt. De oplossing voor het ene probleem veroorzaakt een ander probleem. De polycrisis is een onoplosbare permacrisis geworden, aldus Klomp. 

Bovendien is er sprake van ‘de grootste en perverste ongelijkheid ooit is’, waarbij een handjevol miljardairs net zoveel vermogen bezit dan de helft van de wereldbevolking samen. En, tot slot voegt hij eraan toe, ‘dat klimaatverandering niet alleen gaat over spectaculaire weersomstandigheden die materiële schade veroorzaken, maar dat het onze voedselvoorziening gaat raken. We zullen in de komende jaren steeds vaker en steeds massaler te maken krijgen met mislukte oogsten. Dat drijft in het beste geval de voedselprijzen op waardoor het gemiddelde levensbestaan nog veel duurder gaat worden dan het al voor velen is, maar in het slechtste geval gaat het zelfs ook voor acute hongersnood zorgen. We kunnen onszelf alleen voeden als de voeding beschikbaar is.’ 

Op zoek naar het houvast 

Wouter van Noort stelt in zijn nieuwsbrief zijn achterban de vraag ‘hoe een economie en vooral een samenleving eruit ziet na de collapse van het oude. ‘Wie bouwt al aan de fundamenten van wat erna kan komen?’ Hij roept hen op hun ideeën, reacties en tips te delen. Daarmee nodigt hij hen uit om allemaal te helpen bij het vinden van betekenis. ‘Op zoek naar wat houvast, richting, waarheid en ja- misschien dan toch - echte hoop die niet ontaardt in hopium.’

Foto: Oswald Spengler, auteur van ‘De ondergang van het Avondland’. Bron: Wikicommons.