Afbeelding
Veel initiatieven in de samenleving die erop gericht zijn om tot een betere wereld te komen, vinden plaats op lokaal niveau. Een voorbeeld daarvan is Lelystad, waar versplintering en afnemend vertrouwen werden tegengegaan met een raadsakkoord. Daarin lag het accent op het benoemen van de grote uitdagingen waar men samen aan ging werken.
Het moment van inkeer kwam kort voor de gemeenteraadsverkiezingen van 2022. Want de gemeenteraad was een soort van Poolse landdag met tussen de veertien en zestien partijen op een totaal van 35 zetels. Als gevolg van polarisatie en politieke versplintering was Lelystad een praktisch stuurloos geworden stad. Het was voor toenmalig wethouder Sjaak Kruis reden om bij zichzelf te rade te gaan.
‘Ik was acht jaar fractievoorzitter geweest van GroenLinks en besloot: ik stop ermee, dit is niet effectief en productief meer. Toen kreeg ik een afscheidsinterview bij Omroep Flevoland met de vraag: kan het ook anders? Daar ging ik toen over nadenken en schetste daar voor mezelf wat contouren bij.’ Het bracht Kruis tot het inzicht ‘dat het raadsakkoord zou worden gemaakt door de raad zelf en niet door een of andere veraf staande formateur. Dat de raad zelf het college zou benoemen. En dat er ook een niet-akkoord moest komen, waarin staat vastgesteld waar de raad het niet over eens is.’
De dag na het interview werd hij benaderd door collega Dennis Grimbergen (VVD) en stelde voor: laten we eens doorpraten. Zo ontstond er een groepje fractievoorzitters dat kort voor de verkiezingen die contouren uitwerkte in een concept-raadsakkoord, dat vervolgens kort na de verkiezingen werd aangeboden aan de nieuwe gemeenteraad.
Fractievoorzitter Marco Boogaard (VVD) en wethouder Sjaak Kruis (GroenLinks) - die links en rechts op de foto staan - vertelden in de podcast die Overheid van Nu ‘dat het dualisme nu beter tot uiting komt dan in een traditionele oppositie-coalitiesetting.’ Zo werden wethouderprofielen vastgesteld op basis waarvan kandidaten konden worden gezocht en benoemd. Vervolgens werd er door een raadsbrede sollicitatiecommissie een gewone sollicitatieprocedure gevolgd. Daaruit kwam een ‘collegeteam’ voort, het equivalent van het traditionele B&W.
Hierdoor kon geen partijpolitiek meer worden bedreven en kwamen eenvoudigweg de beste mensen in het collegeteam. Zo kwam het accent te liggen op de inhoud en kon elk raadslid vanuit de inhoud meepraten.
Kruis was aanvankelijk nog bang dat het raadsakkoord een kleurloos en onduidelijk verhaal zou worden. ‘Maar het is toch echt een scherp stuk met duidelijke doelstellingen geworden. Op basis daarvan voer je het gesprek. Natuurlijk probeert iedereen het een beetje naar zijn kant te trekken, maar dat is het gewone en gezonde politieke debat. En dat vindt in alle scherpte plaats.’
In 2024 heeft een tussentijdse evaluatie plaatsgevonden. Daarin is niet alleen ingegaan op de inhoudelijke resultaten, maar is ook expliciet gekeken naar de leerervaringen van het werken met een raadsakkoord en de lessen voor een volgende bestuursperiode.
Daarnaast publiceerde de gemeente begin 2026 een uitgebreide terugblik op de periode 2022-2026. Daarin werd geconcludeerd dat op diverse dossiers – stationsgebied, onderwijs, woningbouw, stedelijke vernieuwing en sociale programma’s – concrete voortgang is geboekt. Uiteraard is dit een gemeentelijke evaluatie en dus geen onafhankelijke beoordeling.
De meest directe aanwijzing dat het model naar behoren heeft gewerkt, blijkt uit het feit dat het akkoord vier jaar heeft standgehouden. In 2025 presenteerde de gemeente Lelystad zichzelf zelfs als voorbeeld van “samen besturen” in een tijd van politieke versnippering. De officiële lijn luidde dat brede samenwerking beter functioneert dan verwacht.
Tegelijkertijd laten recente discussies rond onder meer het datacentrumdossier en politieke herschikkingen zien dat conflicten en controverse niet verdwenen zijn. Het raadsakkoord lijkt eerder een methode te zijn geweest om met verschillen om te gaan dan een manier om politieke strijd uit te bannen.
Lianne van Kalken, wethouder in Vlaardingen en voormalig docent aan de Erasmus Universiteit, vindt het raadsakkoord een aansprekend model. Het verandert volgens haar de politieke dynamiek. ‘In plaats van onderhandelingen tussen een paar fractievoorzitters, praat de hele raad mee over de inhoud. Dit leidt tot meer begrip, waardering en een constructieve cultuur. Het idee dat een raadsakkoord tot een ‘grijze middenweg’ leidt, klopt volgens haar niet: fracties kunnen juist duidelijker hun eigen standpunten innemen en het debat wordt transparanter en herkenbaarder voor inwoners.’
Het is een werkwijze die om een andere houding van raadsleden, wethouders en ambtenaren vraagt. Omdat steun voor voorstellen niet gegarandeerd is, vraagt dit om actieve dialoog en overtuigingskracht van het college. Tegelijk ontstaat er meer ruimte voor debat, nuance en politieke profilering.
Wil je op de hoogte blijven van nieuwe analyses en opiniestukken, podcasts en boekentips? Schrijf je dan in voor de tweewekelijkse nieuwsbrief.