Afbeelding

Jim van Os, hoogleraar, UMC, Utrecht.
/ DoenDenkers

Jim van Os - ‘Niet het label, maar het verhaal doet ertoe’

Al tientallen jaren kijken we vanuit een verkeerd perspectief naar het psychisch lijden. Dat stelt psychiater Jim van Os. De hoogleraar psychiatrie, internationaal bekend om zijn kritische blik op de geestelijke gezondheidszorg, pleit voor een fundamenteel nieuw verhaal. Daarin staan niet diagnoses en stoornissen centraal, maar de mens, diens levensverhaal en de relaties waarin dat leven zich afspeelt.

Van Os stelt dat de psychiatrie veel te snel mensen voorziet van labels als ADHD, autisme of depressie. Op het eerste gezicht lijken die diagnoses houvast te bieden, maar ze vertellen volgens hem weinig over wat iemand werkelijk nodig heeft. ‘Een label kan verhelderend zijn, maar zegt niets over de unieke combinatie van talenten, gevoeligheden en levensomstandigheden van een persoon,’ zo legt Van Os uit in een gesprek met het platform Sociaal.net.

Daarmee raakt hij aan een diepere vraag: hoe spreken we eigenlijk over psychisch lijden? Volgens Van Os ontbreekt een taal die ruimte laat voor verlies, betekenisgeving, kwetsbaarheid en verbinding. De medische taal van de DSM, het handboek waarin psychiatrische stoornissen zijn vastgelegd, reduceert complexe menselijke ervaringen tot categorieën. ‘Niet de mens is ontspoord, maar de DSM.’

Wat heeft iemand nodig? 

DSM staat voor voor Diagnostic and Statistical Manual of Mental Disorders (DSM). De American Psychiatric Association werkt al enige tijd aan een nieuwe versie. Die moet preciezer worden, met meer aandacht voor biologische kenmerken en extra categorieën. Maar daar is Van Os het mee oneens: we moeten juist stoppen met denken in labels. Er moet vooral gekeken worden naar wat iemand nodig heeft, zo schreef hij eerder dit jaar in het wetenschappelijke tijdschrift Nature

Zijn kritiek is niet alleen filosofisch, maar ook wetenschappelijk van aard. Ondanks tientallen jaren hersen- en biologisch onderzoek zijn er geen objectieve biomarkers gevonden waarmee psychische aandoeningen betrouwbaar kunnen worden vastgesteld. Wel weten we inmiddels dat vrijwel iedereen genetische kwetsbaarheden draagt voor psychisch lijden. Of die tot ontregeling leiden, hangt voor een groot deel af van de omgeving en van levenservaringen en sociale context.

Dat inzicht vraagt volgens Van Os om een ander mensbeeld. Kwetsbaarheid en talent blijken vaak twee kanten van dezelfde medaille. Eigenschappen die in de ene omgeving tot problemen leiden, kunnen elders juist een kracht zijn. Een sterk analytisch vermogen, intense focus of een originele manier van denken worden soms als symptomen gezien, terwijl ze in andere contexten juist waardevolle kwaliteiten zijn.

Reduceer mensen niet tot een diagnose

Van Os spreekt daarom liever over neurodiversiteit dan over stoornissen. ‘Niet om psychisch lijden te ontkennen, maar om mensen niet te reduceren tot een diagnose. De vraag wordt dan niet: “Welke stoornis heb je?”, maar: “Wie ben jij? Wat is je verhaal? Wat heb jij nodig om te kunnen floreren?”

Dat begint volgens hem met een ander gesprek. Geen intake die vooral zoekt naar symptomen, maar een verkennend gesprek rond vier vragen: Wat is er gebeurd? Wie ben jij, met je talenten en gevoeligheden? Wat vind je belangrijk in je leven? En welke hulpbronnen heb je nodig om daar te komen? Daarmee verschuift de aandacht van ziekte naar betekenis en van tekort naar mogelijkheden.

Die andere manier van kijken vraagt ook om een andere organisatie van de zorg. Van Os ontwikkelde samen met professionals en ervaringsdeskundigen het Ecosysteem Mentale Gezondheid (GEM): een lokaal netwerk waarin zorg, welzijn, ontmoeting en gemeenschap met elkaar verbonden zijn. Niet de instelling, maar de leefwereld van mensen vormt het vertrekpunt. Herstel vindt volgens hem vooral plaats in verbinding met anderen.

Dat betekent ook een andere rol voor professionals. Zij zijn niet langer de centrale experts die het traject bepalen, maar tijdelijke begeleiders die samenwerken met mensen, hun omgeving en andere vormen van ondersteuning. Psychische zorg wordt zo onderdeel van een bredere sociale gemeenschap.

In regio’s wordt gezocht naar alternatieven

Deze visie vraagt moed. Ze zet bestaande systemen, financiering en professionele rollen onder druk. Toch ziet Van Os in verschillende Nederlandse regio’s hoopvolle voorbeelden ontstaan waarin deze nieuwe manier van werken al in praktijk wordt gebracht.

Zijn boodschap is uiteindelijk verrassend eenvoudig. Psychisch lijden hoort bij het mens-zijn. Niet iedereen die worstelt, is ziek. Mensen verlangen in de eerste plaats niet naar een diagnose, maar naar betekenis, verbinding, perspectief en een leven dat weer van henzelf voelt.

Dat is misschien wel het nieuwe verhaal waar Jim van Os al jaren naar zoekt: een samenleving waarin we niet beginnen met een label, maar met een mens.

Bijschrift: Jim van Os. Foto afkomstig van UMC.