Ik zie wat ik geloof
Roxane van Iperen
Big Tech is de “architect van de nieuwe werkelijkheid”. Dat maakt dat we niet langer geloven wat we waarnemen, maar zien wat we (toch) al geloven. De gevolgen van deze aanpak zijn revolutionair. Het kan leiden tot verlies van sociale cohesie, maar ook tot afbraak van ons kritisch denkvermogen, concludeert Roxane van Iperen in het essay Ik zie wat ik geloof.
Door de almacht van Big Tech wordt ‘de subjectieve ervaring een feit - oftewel: ik geloof wat ik zie, maar: ik zie wat ik geloof. Op dat moment eindigt de Verlichting - letterlijk in het licht van een scherm: niet langer het symbool van kennis, maar van beïnvloeding. De rede is niet gestorven, ze is vermarkt. En zo begint een nieuw tijdperk, waarin wie de gevoelde realiteit bezit, de mens bezit.’
Het betekent dat we in een tijd leven waarin de werkelijkheid niet langer is gebaseerd op een gedeelde ervaring, maar een product is dat per individu op maat wordt gemaakt, aldus Van Iperen. Wie controle heeft over het verhaal, heeft de macht om mensen een bepaalde richting in te sturen. Ze laat zien dat Big Tech ons om die reden met minimale inspanningen gevangen houdt en wat mogelijke vluchtroutes zijn. Hoe kunnen we opnieuw een gezamenlijk fundament creëren, een gedeelde werkelijkheid?
‘Grote techbedrijven hebben een wereld gecreëerd waarin de mens een god in zijn of haar eigen verhaal moet zijn. Dat is natuurlijk onhaalbaar, maar zolang we geloven dat het kan, blijven we gedwee. Je kunt tegen dat systeem ingaan door te erkennen dat je soms ook een figurant bent in een groter geheel. Dat relativeert ook: het gewicht van het persoonlijke komt in een groter, gemeenschappelijk perspectief te staan.’
Toch sluit Van Iperen positief af. ‘Wat we in alle chaos vergeten: technologie heeft de mens nodig om te kunnen overleven, niet andersom. Precies daarin schuilt de glorieuze paradox van deze tijd.’