Afbeelding
Traktor bewerkt het land in Kasova Hora, Oekraïne. Foto: Wikicommons.
Traktor bewerkt het land in Kasova Hora, Oekraïne. Foto: Wikicommons.
De wereld produceert op dit moment voldoende voedsel. Toch is de voedselvoorziening kwetsbaarder dan de relatief gunstige graanvoorraden doen vermoeden. Door de afhankelijkheid van enkele basisgewassen, een handvol exportlanden en een klein aantal machtige bedrijven kan een lokale schok snel uitgroeien tot een mondiale prijs- en betaalbaarheidscrisis.
Marktpartijen houden er dan ook rekening mee dat de wereld - mede door de klimaatverandering - aan de vooravond staat van een nieuwe periode van stijgende voedselprijzen. Niet zozeer omdat er wereldwijd te weinig voedsel zou worden geproduceerd, maar omdat de productie en de distributie ervan steeds sterker met elkaar verknoopt raken. Hierdoor zijn ook de handelsroutes langer geworden.
Het gevolg van dit geïntegreerde systeem is dat er sprake is van toenemende concentratie. Zo is tegenwoordig een groot deel van de wereldbevolking voor zijn dagelijkse calorieën afhankelijk van slechts enkele gewassen. De internationale handel in die gewassen wordt bovendien gedomineerd door slechts een handvol exportlanden. Tegelijkertijd beheersen enkele multinationals cruciale onderdelen van de productieketen - van zaden en pesticiden tot machines en graanhandel.
Juist de combinatie van deze drie afhankelijkheden zorgen voor een potentieel systeemrisico. Zo kan een droogte in een belangrijk productiegebied, een oorlog langs een handelsroute of een plotseling tekort aan kunstmest zich daardoor snel door de hele voedselketen verspreiden.
Van een algemene mondiale voedselschaarste is op dit moment echter geen sprake. De FAO Food Price Index noteerde in juni rond de 130,3 punten, ongeveer 20 procent onder de piek van 2022. Dat relatief gunstige beeld hangt onder meer samen met een uitzonderlijk grote tarweoogst.
Achter dat gemiddelde gaan echter grote wereldwijde verschillen schuil. Zo was plantaardige olie 23 procent duurder dan een jaar eerder
en bereikte de vleesprijs een recordniveau. In Bangladesh ging door overstromingen een vijfde van de rijstoogst verloren. Droogte drukte de cacao-opbrengst, terwijl Spanje zijn kleinste sinaasappeloogst in zestien jaar registreerde.
Een voedselcrisis hoeft niet te betekenen dat er mondiaal sprake zou zijn van onvoldoende voedsel. Zij kan ook ontstaan als voedsel door prijsstijgingen onbetaalbaar wordt, bij voorbeeld voor importlanden, terwijl verstoorde handelsroutes daar ook een verklaring voor kan zijn. Rijke landen kunnen bij schaarste hogere prijzen betalen en hun bevoorrading veiligstellen. Armere, voedselimporterende landen daarentegen beschikken over veel minder ruimte om dergelijke schokken op te vangen.
Het gevaar zit daarom niet alleen in de omvang van de totale oogst, maar in de vraag wie toegang heeft tot voedsel, tegen welke prijs en hoe snel landen alternatieve leveranciers kunnen vinden.
De huidige kwetsbaarheid van het voedselsysteem kent een lange voorgeschiedenis. Sinds de negentiende eeuw is voedsel steeds meer internationaal verhandelbare koopwaar geworden. Veel landen in Afrika, Azië en Latijns-Amerika, die voorheen zelf landbouwproducten exporteerden, veranderden in de loop van de twintigste eeuw in netto-importeurs van voedsel.
Tegelijkertijd werden de productieketens langer en internationaler. De handel in landbouwgrondstoffen, zaden, bestrijdingsmiddelen en machines kwam steeds meer in handen te liggen van multinationale ondernemingen. Lokale voedselvoorziening raakte zo verweven met een mondiaal systeem waarvan de afzonderlijke schakels over grote afstanden zijn verspreid.
Daarbij is een opvallend eenvormig voedingspatroon ontstaan. Rijst en tarwe leveren samen meer dan een derde van de dagelijkse calorieën wereldwijd. Als maïs, soja en dierlijke producten ook worden meegerekend, dan gaat het om ongeveer 60 procent.
Ook de export van die basisproducten is sterk geconcentreerd. Vijf landen — Rusland, Oekraïne, de Verenigde Staten, Canada en Australië — verzorgen het grootste deel van de internationale tarwehandel. Bij rijst zijn India, Thailand, Pakistan, Vietnam en de Verenigde Staten de belangrijkste leveranciers. Bij soja nemen Argentinië, Brazilië, Paraguay, Canada en de Verenigde Staten samen ongeveer 95 procent van de export voor hun rekening.
Dat systeem kan efficiënt functioneren zolang oogsten, handel en transport min of meer normaal verlopen. Maar wanneer er sprake is van een oorlog, droogte of een exportverbod van deze productielanden, dan zijn de alternatieven beperkt. Als meerdere graanschuren tegelijk problemen ondervinden, kan een regionale misoogst zelfs omslaan naar een mondiale prijsschok.
De concentratie beperkt zich niet tot gewassen en exportlanden. Ook binnen de productieketen neemt de afhankelijkheid van enkele ondernemingen toe.
Zo hebben op de commerciële zadenmarkt Bayer, Corteva en Syngenta gezamenlijk 52 procent van de markt in handen. Bij pesticiden bezitten Syngenta, Bayer en BASF samen 51 procent. Daarbij gaat het niet alleen om fysieke zaden of bestrijdingsmiddelen. Dezelfde concerns beheren ook gepatenteerde planteigenschappen, genetische technologie, landbouwdata en digitale platforms.
De overlap tussen de twee markten is belangrijk. Bayer en Syngenta behoren zowel bij zaden als bij pesticiden tot de grootste ondernemingen in deze deelmarkten. Ook BASF en Corteva zijn in meerdere schakels actief. Daardoor kunnen bedrijven geïntegreerde pakketten aanbieden van zaden, herbiciden, insecticiden, software en landbouwadvies. Het gevolg hiervan is dat de afhankelijkheid van boeren zich daarmee uitstrekt over een steeds groter deel van hun bedrijfsvoering.
De synthetische-kunstmestmarkt lijkt op het eerste gezicht minder geconcentreerd. Nutrien, Mosaic en Yara bezitten samen ongeveer 21 procent. Dat algemene cijfer verhult echter dat kunstmest uit verschillende deelmarkten bestaat, waaronder stikstof, fosfaat en kalium of potas. Producenten zijn vaak gespecialiseerd in één grondstof en de productie is geografisch geconcentreerd. Zo beheersen vier ondernemingen ongeveer de helft van de potasmarkt.
Ook bij landbouwmachines is er sprake van concentratie: de drie grootste partijen vertegenwoordigen samen ongeveer een derde van de wereldmarkt. Omdat moderne machines steeds vaker zijn gekoppeld aan bedrijfseigen software, digitale platforms, reserveonderdelen en onderhoudsdiensten, kan de praktische afhankelijkheid groter zijn dan het marktaandeel alleen doet vermoeden.
Bij pluimveegenetica en grondstoffenhandel is de marktverdeling minder transparant. De wereldwijde pluimveegenetica wordt beheerst door EW Group/Aviagen, Tyson/Cobb-Vantress en Hendrix Genetics. In de Verenigde Staten leveren EW Group en Tyson samen het fokmateriaal voor ongeveer 98 procent van de vleeskuikens. In Brazilië vertegenwoordigen hun belangrijkste rassen circa 95 procent.
Ook de internationale graanhandel is in handen van een kleine groep ondernemingen. Volgens een schatting van de VN-organisatie UNCTAD beheersen de vier grootste graanhandelaren gezamenlijk tussen de 70 en 90 procent van de wereldhandel. Door de fusie van Bunge en Viterra in 2025 is die oligopolie verder geconcentreerd.
Boeren worden daardoor van twee kanten geconfronteerd met marktmacht. Aan de inputzijde kopen zij zaden, pesticiden, machines en andere productiemiddelen bij een beperkt aantal aanbieders. Aan de afzetzijde verkopen veel boeren hun oogst aan slechts enkele grote handelaren of verwerkers. Daar ontstaat wat men een oligopsonie noemt: veel aanbieders tegenover weinig kopers.
In de praktijk betekent dat de boer slechts bij enkele machtige leveranciers inkoopt en vervolgens verkoopt aan enkele machtige afnemers. Dat beperkt in de praktijk de onderhandelingsruimte van de boer. Eventuele kostenstijgingen worden in de praktijk dan ook doorgeschoven naar consumenten.
Geen van deze concentraties veroorzaakt op zichzelf automatisch een mondiale voedselcrisis. Een ruime tarweoogst, beschikbare voorraden en alternatieve handelsroutes kunnen afzonderlijke problemen opvangen. Het gevaar ontstaat vooral wanneer verschillende schokken samenvallen.
Zo kan het aanhoudende conflict rond de Straat van Hormoez bijvoorbeeld de aanvoer en de prijs van energie beïnvloeden. Hogere gasprijzen werken door in de productie van kunstmest. Duurdere kunstmest kan boeren ertoe aanzetten minder te gebruiken. Maar daardoor kunnen de oogsten lager uitvallen. Tegelijkertijd kunnen droogte, overstromingen of exportbeperkingen de beschikbaarheid van belangrijke gewassen ook verminderen.
De Wereldbank wijst erop dat de voedselmarkten dit jaar zijn begonnen met relatief ruime voorraden van graan en plantaardige olie, maar dat de risico’s inmiddels oplopen. Zo was kunstmest in de eerste vijf maanden van het jaar 35 procent duurder dan een jaar eerder. Onderzoek door One Earth waarschuwt dat bestaande modellen zulke cascade-effecten door de gehele voedselketen nog onvoldoende kunnen berekenen. Beleidsmakers kunnen daardoor het systeemrisico onderschatten.
In reactie op de machtige positie van bedrijven in deze markten, reageren overheden doorgaans met fluwelen handschoenen. Zo verzoeken ze marktpartijen om prijsplafonds, of stellen ze bij belastingverlagingen voor in ruil voor lagere voedselprijzen. Zulke maatregelen kunnen consumenten tijdelijk beschermen, maar veranderen weinig aan de structurele afhankelijkheden in de productieketen.
Overheden zouden zich daarom niet alleen op de eindprijs in de supermarkt moeten richten. Meer spreiding van gewassen en leveranciers kan de kwetsbaarheid van de consument verminderen. Strategische voorraden kunnen tijdelijke onderbrekingen opvangen. Meer transparantie in de grondstoffenhandel en scherper mededingingstoezicht kunnen voorkomen dat marktmacht zich verder concentreert. Ook een minder sterke afhankelijkheid van fossiele energie en geïmporteerde kunstmest kan de voedselproductie weerbaarder maken.
Het probleem is niet dat de wereld vandaag onvoldoende voedsel produceert. Het probleem is dat de productie en distributie ervan zo sterk zijn geconcentreerd dat verschillende gelijktijdige schokken het systeem sneller kunnen ontregelen dan overheden en markten kunnen reageren.
De volgende voedselcrisis hoeft daarom niet met een dramatische misoogst te beginnen. Zij kan ook ontstaan als een kettingreactie: een conflict dat energie duurder maakt, een kunstmesttekort dat oogsten onder druk zet of extreem weer dat meerdere productielanden tegelijk treft en exportbeperkingen die de internationale markt verder vernauwen.
In een wereld die voor haar voedsel afhankelijk is van weinig gewassen, weinig landen en weinig bedrijven, kan één brekende schakel voldoende zijn om de hele keten te laten kraken.
Disclaimer: De concentratie van bedrijven in de wereldwijde voedselsector is gebaseerd op uitvoerig internet- en bronnenonderzoek, maar kan echter wel onjuistheden bevatten. Suggesties voor verbeteringen zijn welkom. CR3 in de tabel betekent top-3.
Wil je op de hoogte blijven van nieuwe analyses en opiniestukken, podcasts en boekentips? Schrijf je dan in voor de tweewekelijkse nieuwsbrief.