Afbeelding
Coen Teulings nam met een rede afscheid van de University of Utrecht
Coen Teulings nam met een rede afscheid van de University of Utrecht
Met een waarschuwing nam Coen Teulings afscheid als universiteitshoogleraar aan de Universiteit van Utrecht: kritiek op het neoliberalisme is begrijpelijk. Maar wie alleen naar de tekortkomingen van marktwerking kijkt, dreigt te vergeten waarom marktgerichte hervormingen ooit zo’n grote aantrekkingskracht kregen.
Dat is de kern van de afscheidsrede die Teulings op 10 september in Utrecht gaf. Zijn waarschuwing luidde dat oude economische problemen kunnen terugkeren als de lessen uit de jaren zeventig en tachtig van de vorige eeuw uit beeld verdwijnen.
Volgens Teulings is het huidige debat over marktwerking te eenzijdig geworden. Het neoliberalisme wordt vaak voorgesteld als een ideologie die publieke voorzieningen heeft uitgehold, ongelijkheid heeft vergroot en te veel vertrouwen heeft gesteld in de markt. Maar die lezing mist volgens hem een belangrijk deel van de historische context. De hervormingen van de jaren tachtig waren een reactie op een periode van hoge inflatie, massawerkloosheid, zwakke overheidsfinanciën en slecht functionerende economische instituties.
De omslag kwam toen economen en beleidsmakers anders gingen denken over de oorzaken van die problemen. Niet alleen de vraag in de economie, maar ook de werking van arbeidsmarkten, sociale zekerheid en monetair beleid kwamen daarbij centraal te staan. In Nederland leidde dat onder de regering-Lubbers tot loonmatiging, hervormingen van de verzorgingsstaat, privatisering, deregulering en meer nadruk op prikkels om te werken.
Teulings verdedigt die hervormingen, maar niet zonder voorbehoud. Zijn punt is vooral dat markten een probleem oplossen dat centrale besluitvorming moeilijk kan ondervangen. Hij doelt daarbij op kennis over voorkeuren, kosten en mogelijkheden, die verspreid zijn over miljoenen burgers en bedrijven. Prijzen en concurrentie maken het mogelijk om die informatie te benutten zonder dat een overheid van alles hoeft af te weten.
Tegelijkertijd betekent dat niet dat de markt altijd gelijk heeft. Markten kunnen falen, ze machtsverschillen scheppen en publieke belangen verwaarlozen. Daarom zijn er instituties nodig die grenzen stellen en risico’s corrigeren. De Nederlandse economische orde ziet Teulings als een mengvorm daarvan. Dat betekent marktwerking gecombineerd met sociale zekerheid, overleg tussen werkgevers en werknemers en publieke regulering.
Daarnaast waarschuwt Teulings over de onafhankelijkheid van de instituties. Rechters en centrale banken zijn volgens hem essentieel voor een stabiele economie, omdat zij voorkomen dat politieke meerderheden voortdurend de spelregels veranderen. Tegelijk moeten ook zulke instellingen hun grenzen kennen. Wanneer zij zich namelijk steeds nadrukkelijker gaan bezighouden met bredere maatschappelijke doelen, dan dreigt een ‘mission creep’ - dat wil zeggen: instituties gaan taken vervullen die eigenlijk aan de politiek toebehoren.
Daarmee raakt zijn rede aan een bredere kwestie: wie bepaalt welke maatschappelijke waarden voorrang krijgen? Teulings verzet zich tegen het idee dat die vraag volledig door de politiek kan worden opgelost. Een samenleving functioneert volgens hem juist doordat verschillende coördinatiemechanismen naast elkaar bestaan: markt, overheid, alsook rechtspraak en sociale normen.
Ook het beeld van de mens als louter calculerende homo economicus wijst hij van de hand. Economisch gedrag wordt mede bepaald door een combinatie van vertrouwen, loyaliteit, eerlijkheid en wederkerigheid. Zonder zulke normen kunnen markten en instituties niet functioneren. Tegelijk kunnen morele overtuigingen groepen tegenover elkaar zetten wanneer één visie op het goede leven dominant wordt.
De rode draad in Teulings’ afscheid is daarmee geen nostalgie naar ongeremde marktwerking - integendeel. Hij waarschuwt tegen het risico van historisch geheugenverlies. Wie het neoliberalisme wil corrigeren of achter zich wil laten, moet eerst begrijpen welke problemen het in de crisisjaren ‘70 en ‘80 probeerde op te lossen. Anders bestaat het risico dat oude fouten in een nieuwe vorm terugkeren.
Wil je op de hoogte blijven van nieuwe analyses en opiniestukken, podcasts en boekentips? Schrijf je dan in voor de tweewekelijkse nieuwsbrief.