Afbeelding
Zonne- en windparken in Spanje. Foto: Matteo del Piano, Unsplash.
Zonne- en windparken in Spanje. Foto: Matteo del Piano, Unsplash.
Bijna 1.000 miljard euro trok de Europese Unie tussen 2021 en 2024 uit aan de import van fossiele energie als gevolg van prijsschokken. Met de huidige langdurige sluiting van de Straat van Hormuz blijkt dat de unie geen stabiele energievoorziening meer heeft. Uitzondering op de regel? Spanje.
Het Iberische schiereiland wordt dan ook vaak aangehaald als één van de meest succesvolle landen in Europa als het om de snelle uitbouw van hernieuwbare energie gaat. Vooral op het gebied van zonne- en windenergie heeft Spanje de afgelopen tien jaar aangetoond hoe succesvol het wel niet is geweest in de snelle uitbouw van hernieuwbare energie. Het land maakt duidelijk dat het daarbij niet alleen om technologie gaat, maar vooral ook om beleid, infrastructuur en maatschappelijk draagvlak.
Spanje laat zien dat voor een dergelijk succesverhaal stabiel beleid nodig is. Zo kende het land aanvankelijk veel mogelijke subsidies voor zonne-energie, maar kwam daar vervolgens op terug met een “zonnebelasting”. In 2018 maakte de Spaanse regering echter een U-bocht en keerde terug naar het aanvankelijk ingezette beleid.
Zodra er sprake is van schaal wordt hernieuwbare energie goedkoop. Zo profiteert Spanje van veel zonuren en van de beschikbaarheid van grote zonnevelden en windparken. Inmiddels behoren sommige Spaanse zonneprojecten tot de goedkoopste van Europa.
Een les die Spanje, gedurende het proces, echter onderschatte en heeft moeten leren, dat is dat succes niet alleen afhangt van zonnepanelen of windmolens, maar ook van het elektriciteitsnet. Immers, hernieuwbare energie is variabel: de zon schijnt niet altijd en wind fluctueert. Op basis van die les heeft Spanje geïnvesteerd in netverzwaring, slimme energiesturing, internationale verbindingen, batterijopslag en waterkrachtcentrales die energie kunnen bufferen. Conclusie: de energietransitie blijkt uiteindelijk zowel een klimaatproject als een infrastructuurproject te zijn.
Van de transitie hebben veel regio’s economisch geprofiteerd. Nieuwe zonne- en windprojecten brachten werkgelegenheid naar landelijke gebieden waar langdurig sprake was van economische krimp. De les die men daar in de nationale politiek uittrok: mensen accepteren grote veranderingen sneller wanneer ze lokaal voordeel ervaren. Daarbij gaat het om banen, inkomsten voor gemeenten of lagere energiekosten.
Maar de energiecrisis na de Russische inval in Oekraïne maakte duidelijk hoe kwetsbaar Europa wel niet was door haar afhankelijkheid van gasimport. Spanje bleek daarentegen relatief beter beschermd, omdat een groot deel van de elektriciteit al uit zon, wind en waterkracht voortkwam. Het hield in dat hernieuwbare energie niet alleen een klimaatstrategie, maar ook een geopolitieke strategie voor energie-onafhankelijkheid verlangde.
Toch ging de snelle energietransitie in Spanje tegelijkertijd ook gepaard met nieuwe spanningen, zoals netcongestie, periodes van overproductie van elektriciteit, maar ook met protesten tegen grote zonneparken en tegen de druk op belangrijke natuurgebieden.
De volgende fase in Spanje draait dan ook niet alleen om de productie van méér duurzame energie, maar ook om slimme opslag, efficiënter gebruik en betere ruimtelijke planning. Of zo’n energietransitie slaagt, is meer dan enkel een technische uitdaging. Het succes hangt ook af van politieke continuïteit, infrastructuur en het vermogen om burgers actief mee te nemen in dergelijke revolutionaire transities.
De uitbreiding van capaciteit gaat onverminderd door, zo blijkt uit halfjaarcijfers van energieleverancier Redeia. Zo stond de teller van elektrisch opgewekte duurzame energie medio 2025 op 58,3 procent. Eind 2030 wil Spanje meer dan 80 procent elektriciteit met groene energie hebben opgewekt.
El Pais publiceerde in 2023 een artikel, waarin het symbolische kantelpunt in de Spaanse energietransitie wordt beschreven. Dat was het moment dat Spanje gedurende negen opeenvolgende uren namelijk meer hernieuwbare elektriciteit — uit zon, wind en waterkracht — wist te produceren dan het land verbruikte. Dat gebeurde niet op een rustige feestdag, maar op een gewone werkdag, wat volgens de krant aantoonde dat een grotendeels CO₂-neutraal energiesysteem geen theoretische droom meer is, maar een realistisch toekomstscenario. Vooral de explosieve groei van zonne-energie speelde daarin een doorslaggevende rol.
De kern van het artikel is dat deze prestatie niet alleen een technologisch succes is, maar vooral een voorproefje is van een nieuw economisch model. Goedkope zonne- en windenergie drukken overdag de elektriciteitsprijzen sterk omlaag en creëren nieuwe kansen voor elektrificatie van transport, industrie en verwarming. Tegelijk benadrukken experts in het artikel dat een systeem met veel hernieuwbare energie alleen werkt wanneer ook opslag, internationale netverbindingen en slim energiebeheer worden uitgebouwd. De uitdaging verschuift dus van “kunnen we genoeg groene stroom produceren?” naar “hoe organiseren we vraag, opslag en flexibiliteit?”
Daarnaast maakt het artikel duidelijk dat Spanje door zijn klimaat en door de snelle uitbouw van zonneparken een uitzonderlijke positie binnen Europa heeft gewonnen. Terwijl veel landen nog worstelen met fossiele afhankelijkheid, ziet Spanje steeds vaker momenten waarop hernieuwbare energie dominant wordt. De auteurs suggereren dat dit de geopolitieke en economische positie van het land fundamenteel kan veranderen: van energie-importeur naar een mogelijke groene energiehub voor Europa.
Het World Economic forum benadrukte eerder in een onderzoek dat de ambities van Spanje verder reiken dan enkel de productie van groene stroom. Zo probeert de Spaanse regering inmiddels ook een volledige cleantech-industrie op te bouwen rond waterstof, batterijen en industriële hubs.
Het succesvolle Spaanse narratief van een CO2-neutrale economie maakt dat er een interessante symbolische parallel is te trekken tussen Don Quixote en de hedendaagse Spaanse energietransitie, juist omdat windmolens in beide verhalen een centrale rol spelen. In de beroemde scène uit de roman ziet Don Quichot, de sleutelfiguur in Miguel de Cervantes’ gelijknamige roman, windmolens aan voor reuzen die bestreden moeten worden. De scène wordt vaak gelezen als een botsing tussen verbeelding en werkelijkheid: Don Quichot projecteert een oude ridderwereld op een nieuwe economische realiteit waarin technologie, handel en modernisering opkomen.
Vandaag de dag staan windmolens opnieuw centraal in Spanje, maar nu als symbolen van een andere maatschappelijke overgang: de verschuiving van fossiele energie naar een duurzame economie gebaseerd op zon en wind. Waar de molens in Don Quichot nog tekenen waren van een veranderende vroegmoderne wereld, vertegenwoordigen windturbines en zonneparken nu een nieuwe industriële en ecologische revolutie. In beide gevallen roepen ze zowel weerstand als fascinatie en debat op.
Er zit ook een diepere ironie in. Vocht Don Quichot tegen denkbeeldige vijanden, moderne samenlevingen worden juist geconfronteerd met zeer reële uitdagingen, zoals klimaatverandering, energie-afhankelijkheid en ecologische grenzen. Toch speelt verbeelding opnieuw een cruciale rol. Net als bij denkers uit de transitie-beweging gaat de huidige energietransitie niet alleen over techniek, maar ook over het vermogen om een andere toekomst te durven zien. De vraag is niet langer of de molens vijanden zijn, maar of samenlevingen erin slagen ze te herkennen als onderdelen van een nieuw maatschappelijk verhaal.
Wil je op de hoogte blijven van nieuwe analyses en opiniestukken, podcasts en boekentips? Schrijf je dan in voor de tweewekelijkse nieuwsbrief.