Afbeelding
De bibliotheek van het Amerikaanse Congres. Foto: Carol M. Highsmith / WikiCommons.
De bibliotheek van het Amerikaanse Congres. Foto: Carol M. Highsmith / WikiCommons.
Het is een stelling die ook mij persoonlijk uit mijn slaap houdt: het snel oprukkende risico dat we op weg zijn naar een ongeletterde samenleving. Want ‘een wereld vol schermen, maar zonder boeken zal dommer, luider en vijandiger zijn.’
Dat laatste zegt James Marriott in een interview over zijn nieuwe boek: The New Dark Ages: The End of Reading and the Dawn of a Post-Literate Society. Marriott, columnist van de Britse Times, stelt dat er sterke aanwijzingen zijn dat we door deze ontwikkeling bezig zijn onze democratie te verliezen. Naar zijn oordeel balanceert de Amerikaanse democratie zelfs op de rand van de afgrond. Het past dan ook in een wereld die over de hele linie minder democratisch (aan het worden) is, aldus Marriott.
Aan de basis van die zorgwekkende ontwikkeling ligt zijn constatering dat lezen altijd een cognitieve en politieke technologie is geweest waarop een groot deel van de moderne samenleving rust. Het heeft een specifiek soort denken voortgebracht, dat heeft bijgedragen aan de wetenschappelijke revolutie, de Verlichting, maar ook aan mensenrechten en moderne democratie. Het schrift dwong de mensheid tot abstractie, het kunnen volgen van lange redeneringen en het vermogen om aangedragen bewijzen te vergelijken en om die reden bereid te zijn het oordeel uit te stellen.
Het is de smartphone geweest die geleid heeft tot wat de Great Simplification wordt genoemd. Want naarmate langere teksten verdwijnen, wordt ook de cultuur eenvoudiger: minder nuance, minder moeilijkheid en minder geduld met ambiguïteit. De smartphone, die Steve Jobs in 2007 met Apple lanceerde, is volgens Marriott de belangrijkste recente versneller geweest - al begint de historische afbraak volgens hem eerder, namelijk met de televisie die zijn intrede deed in de jaren vijftig.
Naar het oordeel van Marriott is er inmiddels sprake van een terugkeer naar wat de orale cultuur wordt genoemd. Dat is de samenleving die zich losmaakt van het geschreven woord en steeds meer de kenmerken vertoont van een cultuur waarin er sprake is van toenemende gevoeligheid voor geruchten, maar ook voor charisma, groepsloyaliteit, spectaculaire beelden en emotioneel overtuigende verhalen. Marriott vreest dat dat in het publieke debat leidt tot toenemend tribalisme, woede en irrationaliteit.
Over het verlies van de geletterdheid maakt hij zich dan ook grote zorgen. Want lezen is ook een middel tot emancipatie. Gedrukte tekst maakt het namelijk voor elites moeilijker om kennis volledig te monopoliseren. Dat is anders als digitale media, technologie en AI in handen zijn van een kleine, maar machtige en superrijke elite - wat toenemend het gevolg lijkt te zijn.
Daaruit volgt het toenemende inzicht dat de democratie op het spel staat, omdat een liberale democratie veronderstelt dat burgers argumenten kunnen volgen en concurrerende interpretaties kunnen verdragen en zich tegen die achtergrond ook langdurig in een kwestie kunnen verdiepen. Als de cultuur verdwijnt die zulke gewoonten traint, kunnen de instituties formeel weliswaar blijven bestaan maar hun cognitieve fundament erodeert, waarschuwt Marriott.
Wetenschappers en onderzoekers vrezen dan ook dat de democratie de lawine van ontlezing niet zal overleven. Daarbij gaat het niet om een onmiddellijke ineenstorting. Eerder is het zo dat de democratie van binnenuit verandert wanneer burgers steeds minder geoefend zijn in de mentale discipline waarop rationeel publiek debat berust.
Maar critici vinden dat Marriott soms een wel erg directe causale lijn trekt van schermgebruik naar minder lezen, naar oppervlakkiger denken en vandaar naar politieke irrationaliteit. Toch spelen ook andere factoren een grote rol in dat proces, zoals opleiding, ongelijkheid, mediaconcentratie en politieke instituties.
Ook wordt Marriott voorgehouden dat de eerste helft van zijn boek, waarin hij het verband beschrijft tussen een boekcultuur en voorwaarden voor democratisch burgerschap, het sterkst is. Het tweede deel waarin hij beschrijft dat een post-geletterde samenleving noodzakelijk minder democratisch zal zijn is volgens de critici moeilijker hard te maken. Verweten wordt hem dan ook dat hij met te grote passen van een historische analyse in een cultuurkritische hypothese overgaat.
Maar dat hij zo uitgesproken is over de kwetsbaarheid van de democratie is op zijn plaats, zo maakt het laatste Democracy Report 2026 van het V-Dem Institute van de Universiteit van Göteborg duidelijk. Daarin valt te lezen dat er inmiddels in de wereld meer autocratische regimes (92) zijn dan democratische regimes (87). Zo leeft 74 procent van de wereldbevolking in een autocratie. In 2005 was dat nog 50 procent.
Met deze ontwikkeling is het gemiddelde democratische niveau teruggezakt naar het niveau van 1978. Daarmee is volgens het V-DEM Institute alle winst van de zogenoemde ‘derde democratiseringsgolf’ na de Koude Oorlog weggevaagd.
Extra zorgwekkend is dat ook in de Westerse democratieën sprake is van een achteruitgang. Opvallend daarbij is dat de Verenigde Staten door V-Dem is gedegradeerd van een liberale democratie naar een electorale democratie (een democratie met verkiezingen, maar met zwaar aangetaste instituten).
Tegenover De Volkskrant zei James Marriott deze week dat als je een onderwerp echt wil begrijpen je het beste een boek kunt pakken. ‘Als lezer zijn we veel kritischer en neutraler dan als luisteraar. We kunnen ons niet zo makkelijk laten meeslepen door persoonlijkheid, charme en geschreeuw.’
Marriott haalt in dat kader de onderzoeker Walter J. Ong aan. Hij publiceerde in de jaren ‘80 het boek Orality and Literacy: The Technologizing of the Word, dat een doorwrocht onderzoek is naar orale samenlevingen en beschrijft hoe mondelinge communicatie meer van de herhaling is.
Dat geldt volgens Marriott bij voorbeeld ook voor Donald Trump. De president geeft zijn tegenstanders bijnamen of plakte ze etiketten op. Zo sprak hij van ‘Sleepy Joe’ en ‘Crooked Hillary’.
‘In een orale samenleving,’ zo besluit de 33-jarige Marriott in De Volkskrant, ‘moet je als politicus memorabele bijnamen gebruiken en een larger than life persoonlijkheid hebben, want alles wat niet wordt onthouden, kun je niet teruglezen.’
Wil je op de hoogte blijven van nieuwe analyses en opiniestukken, podcasts en boekentips? Schrijf je dan in voor de tweewekelijkse nieuwsbrief.