Afbeelding

Hans Stegeman, Triodos Bank

Econoom Hans Stegeman. Foto: Triodos Bank.

/ analyse

‘Markten zijn tot een karikatuur gemaakt, tot een heilig iets’

Een einde aan de groei-economie, een bovengrens voor het particuliere vermogen en macht in handen van de werknemers. Dat is wat Het Financieele Dagblad als hoofdpunten destilleert uit een gesprek met Hans Stegeman, hoofdeconoom van Triodos Bank en auteur van het volgende week te verschijnen boek Dit is geen crisis. 

Stegeman stelt dat het huidige, op economische groei gerichte stelsel onhoudbaar is. Er is volgens hem sprake van een chronische ziekte, die tot een andere levensstijl dwingt. Er is een omslag nodig en tegen die achtergrond vindt hij inspiratie in de jaren ‘70, toen het marktdenken de overhand kreeg. Daaraan lag volgens de Triodos-econoom een jarenlange intellectuele voorbereiding van neoliberalen aan ten grondslag. Met andere woorden: links kan van rechts wat leren. 

Het bestaande neoliberale systeem werkt in de ogen van Stegeman niet meer: de natuur wordt uitgeput. De ecologische schade is groot, terwijl de vermogensongelijkheid toeneemt. De overheid is met zijn wet- en regelgeving te groot geworden, vindt Stegeman. Eén van de gevolgen daarvan is dat ‘we eigenlijk gewoon steeds te laat zijn met beleid’. 

De wereld wordt steeds individualistischer, waardoor het ook moeilijker is om je voor te stellen dat het ooit anders was of anders kan zijn, ‘want ja dat is ons onderliggende wereldbeeld. Maar dat beeld maakt ons niet gelukkiger.’ 

Stegeman vindt dat ‘als we accepteren dat er grenzen zijn aan wat de aarde aan kan, ecologische grenzen dus, dat dat dan ook betekent dat er ook een grens is aan economische activiteit. Dan kom je automatisch uit op een verdelingsvraagstuk.’ 

Hij bepleit in het gesprek met het FD een welzijnssamenleving met een post-kapitalistische economie. Het verschil met nu is meer gemeenschappelijke eigendom. Dat komt neer op het indammen van winsten en vermogen en het uitfaseren van fossiele energie. ‘Grenzen stellen dus, zonder dat het een communistische heilstaat wordt. Zonder dat het betekent dat de overheid alles gaat doen.’ 

Stegeman sluit het gesprek af met de mededeling dat er onder zijn opvattingen een zoektocht schuilgaat: ‘Waar zit wél het perspectief? Ik ben gewoon een standaardeconoom, jaren bij de Rabobank gewerkt, jaren bij het Centraal Planbureau. Jongens, het moet toch beter kunnen! We hebben markten tot een soort karikatuur gemaakt, tot een heilig iets.’