Afbeelding
Wopke Hoekstra, EU-commissaris voor het Klimaat. Foto: Europese Unie, 2024.
Wopke Hoekstra, EU-commissaris voor het Klimaat. Foto: Europese Unie, 2024.
Het voelde als een nieuw “Stockholm-momentje”: de knieval van Wopke Hoekstra, eurocommissaris voor het Klimaat, die de handrem op de verduurzaming van het bedrijfsleven zet. En dát op een moment dat een vuurzee door Europa golft.
Zo wil Brussel Europese bedrijven meer tijd en hulp geven om te verduurzamen. Daartoe wordt haar voornaamste groene maatregel - ETS, het systeem dat de industrie laat betalen voor haar CO₂-emissies - naar beneden bijgesteld. Doel daarbij is om de industrie beter te laten concurreren op de wereldmarkt.
‘We brengen ambitieuze klimaatactie opnieuw samen met concurrentiekracht’, zei Hoekstra vrijdag. Hij benadrukte daarbij dat hij de Europese industrie weer wil laten opbloeien, zodat zij minder afhankelijk wordt van geïmporteerde energie.
Terugkomen op eerdere ambitieuze doelstellingen is in de Europese Unie heersende praktijk. In mijn hoofd staat dat te boek als het ”Stockholm-momentje”. Dat was voor mij maart 2001, toen ik als verslaggever deelnam aan de Europese Raad in Stockholm. Bij deze bijeenkomst - zo was de bedoeling - werd geëvalueerd hoe ver men was gevorderd met de in 2000 in Lissabon tussen Europese regeringsleiders overeengekomen ambitie om van de Europese Unie ultimo 2010 ‘de meest competitieve en dynamische regio in de wereld te zijn’.
Ter realisering - zo was de afspraak - zouden de lidstaten zichzelf en elkaar elk jaar de maat nemen door middel van coördinatie en “peer pressure”. Zo had men zich in Lissabon gecommitteerd aan de liberalisering van ondermeer post, energie, luchtruim en telecom.
Maar in aanloop naar de Europese topconferentie van regeringsleiders in Stockholm kalfde die ambitie snel af: Frankrijk en Duitsland vonden elkaar in wat in die tijd neo-bilaterialisme werd genoemd. Daarin sloten de twee landen een gelegenheidsalliantie om bepaalde dossiers voor deregulering te behoeden. Zo wees Frankrijk liberalisering van de energiemarkt af, terwijl Duitsland zich verzette tegen harmonisering van de mededingingsregels voor de telecommarkt.
De Zweedse premier Persson, in Stockholm voorzitter van de Europese Raad, verdedigde indertijd het behaalde resultaat bijna schouderophalend met de opmerking dat de EU een ‘vreemd schepsel’ is, waar rekening dient te worden gehouden met wat zich in de lidstaten afspeelt.
Iets vergelijkbaars vindt nu plaats met aanpassingen van ETS, het systeem dat de industrie laat betalen voor haar CO₂-emissies. Ooit noemde de Europese Commissie het CO₂-rechtensysteem ETS ‘the sleeping beauty’ van haar klimaatbeleid, maar nu wordt het stevig op de schop genomen.
Volgens Hoekstra is dat nodig, omdat ETS ‘drie zwakheden kent die we moeten adresseren. Allereerst is er een ongelijk speelveld met bedrijven uit regio’s die minder stevige klimaatambities hebben. De CO₂-grensheffing van de EU doet hier natuurlijk wat aan, maar we moeten meer doen,’ zei hij afgelopen week tegenover een groep kranten, onder wie het FD.
‘Ten tweede’, vervolgde Hoekstra, ‘we hebben gezien dat de gratis CO₂-rechten die bedrijven krijgen, te gelde gemaakt worden en dan ingezet voor investeringen buiten de EU. Wij willen dat dit geld volledig in Europa geïnvesteerd wordt, dat lijkt ons redelijk.’
‘Daarnaast zien we dat de lidstaten, die zo’n 80 procent van alle opbrengsten van de veilingen van CO₂-rechten ontvangen, daarvan slechts 10 procent inzetten voor vergroening van de industrie. ETS is bedoeld als een vehikel voor investeringen en het terugdringen van CO₂-emissies, niet als een belasting. We willen dat de lidstaten minstens de helft van hun veilingopbrengsten naar de industrie laten terugvloeien,’ aldus Hoekstra tegenover het FD.
Dat Hoekstra is gezwicht voor het verzet van regeringen van lidstaten van de Europese Unie (zoals Italië en Polen), alsook van druk vanuit het Europese bedrijfsleven dat zich zorgen maakt over zijn concurrentiepositie, laat zien hoe de praktijk werkt.
Tegelijkertijd maakt de wereldwijde temperatuurstijging duidelijk dat met de voortschrijdende tijd de kosten van verduurzaming steeds hoger worden - en op enig moment misschien zelfs wel onbetaalbaar.
Wil je op de hoogte blijven van nieuwe analyses en opiniestukken, podcasts en boekentips? Schrijf je dan in voor de tweewekelijkse nieuwsbrief.