Afbeelding
Gebruik van pesticiden in Duitsland. Foto: Stefan Thiesen, WikiCommons, 2009.
Gebruik van pesticiden in Duitsland. Foto: Stefan Thiesen, WikiCommons, 2009.
De Tweede Kamer heeft het kabinet ruimte gegeven om in Brussel akkoord te gaan met onderdelen van de Europese Food & Feed Safety Omnibus, een omvangrijk pakket voorstellen dat onder meer de toelatingsprocedures voor gewasbeschermingsmiddelen moet vereenvoudigen. Daarmee lijkt Nederland afstand te nemen van de kritische lijn die de Kamer eind vorig jaar nog steunde.
Aanleiding voor de koerswijziging is de verwerping van twee moties tijdens het debat over de Europese plannen. Een motie van GroenLinks-PvdA-Kamerlid Laura Bromet, die het kabinet opriep zich bij de Europese besluitvorming voorlopig te onthouden totdat de Kamer een inhoudelijke afweging had kunnen maken, kreeg geen meerderheid. Ook een motie van Partij voor de Dieren-Kamerlid Ines Kostić, die het kabinet opriep niet in te stemmen met de voorstellen, werd verworpen.
Volgens critici van de Omnibus betekent dit dat het kabinet nu politieke dekking heeft om de Nederlandse steun uit te spreken voor de compromisvoorstellen die in Brussel op tafel liggen. Milieuorganisaties spreken van een duidelijke breuk met het eerdere Kamerstandpunt. Eind 2025 nam de Kamer nog moties aan waarin het kabinet werd opgeroepen zich juist te verzetten tegen een afzwakking van de Europese regels voor de beoordeling en toelating van bestrijdingsmiddelen.
De Food & Feed Safety Omnibus maakt deel uit van een bredere Europese agenda om regelgeving te vereenvoudigen en administratieve lasten voor bedrijven en overheden terug te dringen. De Europese Commissie stelt dat procedures rond voedselveiligheid, diervoeders en gewasbeschermingsmiddelen efficiënter kunnen worden ingericht zonder afbreuk te doen aan bestaande normen voor gezondheid en milieu.
Tegenstanders vrezen echter dat de voorgestelde vereenvoudigingen in de praktijk zullen leiden tot minder strenge controles en langere toelatingen van middelen zonder volledige herbeoordeling. Vooral natuur- en milieuorganisaties waarschuwen dat hierdoor het voorzorgsbeginsel onder druk komt te staan, een van de fundamenten van het Europese milieubeleid.
In Brussel zijn inmiddels belangrijke stappen gezet. De Raad van de Europese Unie, waarin de lidstaten zijn vertegenwoordigd, bereikte eind mei overeenstemming over een gezamenlijke onderhandelingspositie. Daarmee ligt er een formeel mandaat voor verdere onderhandelingen over de voorstellen.
Dat betekent echter niet dat de wetgeving al definitief is vastgesteld. De Europese besluitvorming bevindt zich nog in een tussenfase. Het Europees Parlement heeft nog geen definitieve positie ingenomen over het volledige Omnibus-pakket en heeft er ook nog niet plenair over gestemd. Parlementaire commissies behandelen de voorstellen nog en werken aan amendementen die later in stemming worden gebracht.
Pas wanneer zowel het Parlement als de Raad hun positie hebben vastgesteld, kunnen de zogenoemde trilogen beginnen: onderhandelingen tussen Parlement, Raad en Europese Commissie over de definitieve tekst van de wetgeving.
De recente stemming in de Tweede Kamer heeft daarom vooral gevolgen voor de Nederlandse opstelling in die Europese onderhandelingen. Waar Nederland eerder behoorde tot de lidstaten die aandrongen op behoud van strenge waarborgen rond bestrijdingsmiddelen, lijkt het kabinet nu meer ruimte te hebben om mee te bewegen met de Europese vereenvoudigingsagenda.
Of dat uiteindelijk ook leidt tot een daadwerkelijke versoepeling van de regels, zal afhangen van de uitkomst van de onderhandelingen in het Europees Parlement. Daar moet de politieke strijd over de toekomst van de Europese toelatingsregels voor bestrijdingsmiddelen nog grotendeels worden uitgevochten.
De Toelatingsautoriteit, die over de toelating van gewasbeschermingsmiddelen en biociden (Ctgb) gaat, concludeerde dat cruciale waarborgen ontbreken in het voorstel. Daardoor is niet zeker dat de bescherming van mens en natuur op peil blijft. Dat oordeel weegt zwaar, omdat het kabinet zich normaal baseert op dit type adviezen.
Ook scherpe reacties waren op te tekenen van advocaat en klimaatactivist Bénédicte Ficq. Zij schreef op Linkedin: ‘En ja hoor: de politiek omarmt de ‘pesticidenindustrie’. (De industriële landbouw en chemische industrie. De pharmaindustrie profiteert uiteindelijk ook).’
‘Laat in dit verband even indalen dat alle kamerleden bij de aanvaarding van hun ambt trouw gezworen hebben aan de Grondwet waaronder art. 22.
En dat een groot deel van deze kamerleden, bij de standpuntbepaling versoepeling regels pesticiden, die belofte/eed kennelijk net zo gemakkelijk weer ‘vergeet’ als het gaat om art 22 van de Grondwet; sterker, heel bewust het tegendeel doet van wat bij de aanvaarding van het ambt is beloofd.
Art 22 Grondwet? ‘De overheid treft maatregelen ter bevordering van de volksgezondheid’.
Kennelijk niet van belang als de lobby-meesters van het grote geld overtuigende praatjes houden. Rechters krijgen het druk,’ waarschuwt Ficq.
Wil je op de hoogte blijven van nieuwe analyses en opiniestukken, podcasts en boekentips? Schrijf je dan in voor de tweewekelijkse nieuwsbrief.