Afbeelding
Ruimteschip ISS, 2001. Bron: NASA.
Ruimteschip ISS, 2001. Bron: NASA.
In het kort:
Eén van de grootste ideologische strijdtonelen in de wereld-van-de-economie is het fenomeen economische groei. De ene helft stelt dat alleen groei de economie om zijn as doet draaien, de andere helft zegt dat groei juist de bijl aan de wortel van Moeder Aarde is. De voor- en tegenstanders erkennen dat het onder de streep in de kern om een verdelingsvraagstuk van lusten en lasten gaat. Maar dat gedeelde inzicht brengt hen niet dichter tot elkaar - beter gezegd: nóg niet.
Zo maakte Het Financieele Dagblad recent de balans op van het tweede kwartaal van dit jaar. De gemiddelde winstgroei in de Europese hoofdgraadmeter Stoxx 600 bedroeg in die drie maanden 22 procent. Dat was een ongekende stijging, ondanks het conflict in het Midden-Oosten tussen Iran en de VS. De krant trok daar de conclusie uit dat het crescendo gaat op de beurs.
Wie - zoals het FD - voor een doelgroep schrijft die overwegend van mening zal zijn dat economische groei onmisbaar is, is begrip op te brengen voor het geplaatste artikel. Maar wie aan de andere kant van het spectrum staat, namelijk dat groei eindig is, omdat we nu eenmaal op een eindige planeet leven, dringt zich een ander beeld op van de markten: totale bevreemding. Immers, maar liefst zeven van de negen planetaire grenzen, die de aarde stabiel houden, zijn inmiddels overschreden, zo berichtte het Potsdam Institute in zijn laatste, jaarlijkse Planetary Health Check. Het betekent dat wij inmiddels als mensheid in de blessuretijd zijn aanbeland.
Zo staat Moeder Aarde op dit moment letterlijk in brand. Volgens officiële bronnen zou alleen al in de eerste vier maanden van dit jaar meer dan 150 miljoen hectare land in de wereld zijn getroffen. Zeker 85 miljoen hectare daarvan lag in Afrika, zo werd door World Weather Attribution gepubliceerd. Die Apocalyptische vuurzeeën laten zich psychologisch dan ook moeilijk verenigen met de all-time highs die op de beurzen zijn gevierd.
Foto: Bosbrand in het Bitterroot National Forest in Montana. Bron: John McGolcan /Flickr.
De klimaatcrisis zet het fenomeen economische groei dan ook weer vol in het spotlicht. Maar een volwassen discussie daarover tussen voor- en tegenstanders is amper mogelijk. Deels heeft dat te maken met het feit dat sinds het einde van de jaren ‘80 van de vorige eeuw een netwerk is ontstaan van fossiele brandstofindustrieën en neoconservatieve belangen, dat pal staat voor het eigenbelang: het zoekt de discussie niet op, laat staan de dialoog.
Zo trekken de CO2-georiënteerde bedrijven bewust de geloofwaardigheid van de klimaatwetenschap in twijfel. Wetenschappers worden in diskrediet gebracht, activisten worden actief bestreden en er wordt onophoudelijk gelobbyed tegen milieuwetgeving. Onderzoekers spreken van een opkomende trend van fossiel fascisme, zoals in dit artikel Climate obstruction and nationalism.
Het klimaat van wantrouwen is in de loop der tijd geëvolueerd. Zo is de CO2-lobby inmiddels uitgegroeid tot een machtig, wereldwijd opererend verbond van gedeelde belangen. De acceleratie die daaraan voorafging dateert van de periode dat het klimaatbeleid door de wereldgemeenschap werd aangescherpt en dat dat bij olieconcerns gepaard ging met existentiële druk en zorgen. Als gevolg van die ontwikkeling kwam het ook voor dat klimaatactivisten als vijanden van de natie werden geboekstaafd. De mobilisatie van deze bedrijfstak was mede zo succesvol, omdat in de Verenigde Staten ook het zelfbeeld opschoof naar een meer patriarchale en etnisch homogene natiestaat, die zich door een progressieve en kosmopolitische elite uitgedaagd voelt, aldus de onderzoekers.
Onder de vlag van het neoliberalisme hebben zowel denktanks als intellectuelen milieubewustzijn, sociale rechtvaardigheid en egalitarisme gebrandmerkt als een bedreiging voor de economische vrijheid van de elite. In antwoord daarop zou volgens de Canadese historicus Slobodian een neoliberaal autoritarisme zijn bepleit dat erop uit was de milieu- en sociale protesten te criminaliseren.
Beleidsvoorstellen daartoe zijn neergelegd in Mandate for Leadership: The Conservative Promise. Het is een beleidsplan dat op zijn beurt onderdeel is van Project 2025, dat gepubliceerd is door de conservatieve denktank Heritage Foundation. In dat 900 pagina’s dikke document wordt ondermeer voorgesteld hoe de Amerikaanse federale overheid kan worden hervormd. Uitgangspunt daarbij is dat de president meer controle moet krijgen over de uitvoerende macht – in casu de federale bureaucratie. Tevens werd door de Heritage Foundation gepleit voor een sterke uitvoerende macht, die zich compromisloos moet verzetten tegen het klimaatbeleid en het uitfaseren van fossiele energie.
Bij de beëdiging van president Trump in januari 2025 werd duidelijk dat daar een dimensie aan is toegevoegd. Het waren techmiljardairs
2025: Amerikaanse miljardairs wonen beëdiging president Trump bij.
die – met hun aanwezigheid op de eerste rij – duidelijk maakten dat zij op zijn minst sympathie hebben voor het wereldbeeld dat de Heritage Foundation voor de Verenigde Staten heeft uitgedacht.
Daarin draait het om een internationaal systeem dat gestructureerd is door een kleine groep van hyperelites. Zij trachten hun autoriteit te legitimeren door een beroep te doen op hun uitzonderlijkheid. Daarmee willen ze duurzame materiële- en statushiërarchieën creëren. Geld speelt daarin geen rol, macht daarentegen des te meer. Zo geven zij hoge bijdragen en giften aan Republikeinse kandidaten om de uitslag van de Midterms-verkiezingen van november van dit jaar veilig te stellen – dat wil zeggen het behoud van de meerderheid in het Congres.
Deze politiek geëngageerde elite van techmiljardairs roept in Verenigde Staten en daarbuiten dan ook groeiende sociale spanning op. Het maakt duidelijk dat van het oude verbindende narratief van de meritocratie – dat zegt dat iedereen door hard werken de maatschappelijke top in Amerika kan bereiken – stapje voor stapje afscheid wordt genomen. De trend gaat in een andere richting: de VS is op weg een plutocratie te worden van uitzonderlijk gefortuneerde mensen die een steeds groter deel van de nationale rijkdom en van de macht bezitten. Kunstmatige intelligentie (AI) is daarin een versneller. Dat komt doordat de mannen die aan het hoofd van die bedrijven staan, niet alleen overeenkomstige belangen hebben, maar ook overeenkomstige waarden en overtuigingen delen.
Zo herkennen zij zich vrijwel allemaal in het libertarische gedachtengoed, waarin de filosofie van absolute individuele vrijheid hoogste prioriteit heeft. Tegen die achtergrond wordt een wereldwijde door AI-gedomineerde infrastructuur bepleit, wat hen tot gatekeeper van de economische wereldorde zou kunnen maken. Het feit dat zij daarvan de initiatiefnemers en de grootaandeelhouders zijn, maakt dat zij gezamenlijk ongekende invloed, macht en rijkdom hebben. Van het (ver)delen van die rijkdom, of het beperken van die macht, ten gunste van burgers en samenleving, kan in hun ogen geen sprake zijn. Het is immers dankzij hún durf, hún ondernemerszin en hún initiatieven dat deze nieuwe technologische revolutie tot wasdom is gekomen.
Een voorwaarde voor die mede door hen geïnitieerde revolutionaire ontwikkeling is het behoud en de verdediging van de vrijheid. Zo waarschuwde Peter Thiel, mede-oprichter van Pay-Pal en Palantir, al in 2009 in een essay dat vrijheid en democratie uiteindelijk niet samengaan. Journalist en schrijver Gil Dúran trekt daar in zijn zojuist verschenen boek The Nerd Reich: Silicon Valley Facism and the War on Democracy de conclusie uit dat de techmiljardairs de democratie willen vervangen door een autoritair regime. Want Thiel c.s. hangen een ideologie van suprematie aan en koesteren in dat kader ook de ambitie dat zij het heelal willen exploiteren.
Zo zegt Elon Musk, de topman van SpaceX, dat we ons op basis van de in gang gezette technologische revolutie niet meer slechts één planeet kunnen veroorloven: de aarde. Zo is in het prospectus bij de beursgang van SpaceX in 2026 te lezen dat “Earth has limits in an age of Abundance”. Het ruimtevaartbedrijf pleit daarom voor een in de ruimte te ontwikkelen infrastructuur ten behoeve van AI-computing. Daarbij kan gebruik worden gemaakt van zonne-energie, van asteroïde mijnbouw ten behoeve van het delven van metalen en andere kritische mineralen, aldus SpaceX. In het verlengde daarvan wordt ook gepleit voor een mensheid die wordt omgevormd tot een transhumaan en multi-planetair gericht wezen.
Interessant in dat kader is de visie van Jef Bezos, de oprichter van Amazon, alsook van ruimtevaartbedrijf Blue Origin. Bezos heeft in een interview met het platform Atlantic gezegd dat groei en energieverbruik op de aarde op hun grenzen stuiten. “We will have to stop growing, which I think is a very bad future,” zei Bezos. Hij acht dan ook een ontwikkeling mogelijk van ecologische bescherming op aarde in combinatie met een extreme expansie in de ruimte. De voorstanders van deze zogenoemde techno-abundance bepleiten op aarde een beleid van substitutie: olie maakt plaats voor zonne-energie, arbeid voor robots, menselijke intelligentie voor AI en CO2-energie voor zonne-energie in de ruimte, terwijl grondstoffen die op de aarde gedolven zijn gerecycled worden.
Het denken van Bezos heeft daarmee raakvlakken met de opvattingen die klimaatexperts en milieuactivisten hebben over “de eindigheid” van Moeder Aarde. Bezos wijst erop dat we door een combinatie van een omvangrijke wereldbevolking, energieverbruik en economische productie inderdaad op onze planeet tegen de grenzen van de groei zijn aangelopen. Maar anders dan milieuactivisten die in reactie daarop voor post-groei pleiten, roept Bezos juist op tot een alternatieve weg: “Tap into the limitless resources of Space.”
Met andere woorden: de grenzen van de groei dien je niet te beantwoorden met degrowth, maar juist met verruiming van de economische ruimte door je in de ruimte te richten op zonne-energie en mijnbouw en dat mede mogelijk te maken door de plaatsing van zogenoemde orbitale habitats. Dat zijn ruimtestations waar mensen kunnen wonen, werken en leven. Vanuit die leefgemeenschappen kan tevens gewerkt worden aan andere technologische uitdagingen.
De fundamentele strijd tussen ecologen en techno-miljardairs gaat dan ook niet over de vraag óf de aarde grenzen kent. Die erkenning is inmiddels doorgedrongen tot de wereldbeelden van beiden. De strijd gaat nu over de betekenis van die grenzen. Voor de ecologische denkers zijn planetaire grenzen voorwaarden waarbinnen de economie zich moet leren organiseren; voor de aanhangers van het techno-abundance-denken zijn het juist uitdagingen die menselijke vindingrijkheid steeds verder moet proberen te verleggen. Met andere woorden: de ene visie zoekt de oplossing in een eerlijkere verdeling binnen een eindige biosfeer; de andere visie pleit ervoor om de exploitatie van energie, intelligentie en grondstoffen en uiteindelijk ook de economische ruimte vrijwel onbeperkt uit te breiden binnen ons zonnestelsel.
Zo stelt de Club van Rome, die al in 1972 met een alarmerend rapport kwam over de levensvatbaarheid van Moeder Aarde, zich nu de vraag hoe we op onze planeet kunnen floreren zonder méér nodig te hebben. Aanhangers van de techno-abundance zetten daar de vraag tegenover hoe we ervoor kunnen zorgen dat “meer” niet langer een probleem is in het debat over (economische) groei.
Het zijn twee zeer uiteenlopende antwoorden op precies dezelfde ontdekking, namelijk dat één aarde niet onbeperkt kan worden opgeschaald. Het feit dat daar nu door de twee stromingen op vrijwel identieke wijze naar wordt gekeken en gedacht is – ondanks alles – een stap voorwaarts in de ambitie om tot één gemeenschappelijk verhaal voor de mensheid te komen.
Wil je op de hoogte blijven van nieuwe analyses en opiniestukken, podcasts en boekentips? Schrijf je dan in voor de tweewekelijkse nieuwsbrief.