Afbeelding
Carl Benedikt Frey, Oxford University.
Carl Benedikt Frey, Oxford University.
Ondernemingen investeren massaal in generatieve AI, met het doel om sneller te werken, kosten te verlagen en kennis beter toegankelijk te maken. Maar achter die efficiëntieslag gaat een ongemakkelijke vraag schuil: wat gebeurt er met de kennis die medewerkers prijsgeven tijdens het gebruik dat van AI wordt gemaakt?
Die vraag wordt steeds relevanter nu systemen als ChatGPT, Copilot en Claude diep doordringen in de dagelijkse werkprocessen van bedrijven en organisaties. Want AI haalt niet alleen maar informatie op. Door de intensieve interactie die plaatsvindt met gebruikers krijgt het systeem ook toegang tot datgene wat voor veel organisaties veel waardevoller is. Dat is de ervaring, de intuïtie en de vakkennis die nergens formeel is vastgelegd.
Carl Benedikt Frey, hoogleraar aan de Universiteit van Oxford en gespecialiseerd in technologie en arbeid, richt zich in zijn werk op die belangrijke ontwikkelingen. Zo hebben de grote AI-modellen inmiddels enorme hoeveelheden expliciete kennis verwerkt, zijnde boeken, websites, artikelen, databanken en softwarecodes. De volgende grote kennisbron bevindt zich volgens Frey binnen die bedrijven zelf. Dat is de zogenoemde tacit knowledge: impliciete kennis die ontstaat door jarenlange ervaring.
Neem als voorbeeld de onderhoudsmonteur, die aan een afwijkend geluid hoort dat een machine binnenkort uitvalt; of neem de salesmanager die feilloos aanvoelt welke prospect werkelijk koopbereid is; of de consultant die na twee gesprekken al aanvoelt waarom een reorganisatie dreigt vast te lopen. Het is dat soort op intuïtie of vakmanschap gebaseerde kennis die door AI steeds beter kan worden blootgelegd.
Neem een medewerker die een vraag stelt aan een AI-assistent, een onvolledig antwoord krijgt en deze vervolgens in het systeem corrigeert. Daarbij legt hij uit waarom een bepaalde aanpak in de praktijk niet werkt of geeft hij uitzonderingen en voegt hij specialistische context toe. Voor de medewerker voelt die inmenging als het verbeteren van het antwoord. Maar belangrijker nog: er stroomt met die uitwisseling ook waardevolle bedrijfskennis het AI-systeem in.
Daarmee ontstaat een strategisch vraagstuk dat verder gaat dan privacy of auteursrecht, waarschuwt hoogleraar Frey, die er een artikel over schreef op de website Project Syndicate. De inhoud van dat pleidooi deelde hij eerder in een hoorzitting met het Britse parlement.
De relevante vraag is namelijk niet alleen wie juridisch eigenaar is van een prompt, document of gegenereerd antwoord. Veel belangrijker is wie uiteindelijk profiteert van de kennis die tijdens duizenden interacties wordt vastgelegd, verwerkt en mogelijk opnieuw benut.
Een bedrijf kan formeel eigenaar blijven van zijn informatie en tóch economisch terrein verliezen. Als unieke expertise via externe AI-systemen steeds beter reproduceerbaar wordt, kan kennis die jarenlang concurrentievoordeel opleverde langzaam veranderen in een commodity.
Voor kennisintensieve bedrijven is dat geen theoretisch probleem - integendeel. Vaak staat hun belangrijkste kapitaal zelfs niet op de balans, maar zit het in de hoofden van medewerkers. Denk aan ervaring, routines, uitzonderingen, klantkennis en professionele oordeelsvorming.
Dat vraagt om een bredere kijk op AI-governance. Zo wijst hoogleraar Frey op vragen die men zich intern zou moeten stellen, zoals welke data mogen medewerkers invoeren? Maar ook: welke kennis willen we absoluut binnen onze eigen organisatie houden? Welke afspraken maken we met leveranciers over gebruik, opslag en training? En welke expertise moeten we juist in eigen AI-systemen vastleggen voordat anderen ermee aan de haal gaan?
De echte strijd rond AI gaat daarom misschien niet over wie het antwoord bezit. Maar wie bezit straks de economische waarde van wat de machine bij de interactie met medewerkers van de onderneming heeft geleerd. Wie daar nu geen antwoord op formuleert, loopt het risico dat AI niet alleen productiviteit toevoegt, maar tegelijk ook een deel van kennisvoordeel van de onderneming en haar medewerkers uitholt. waarschuwt Frey.
Carl Benedikt Frey: AGI will be humanity’s last great invention
Wil je op de hoogte blijven van nieuwe analyses en opiniestukken, podcasts en boekentips? Schrijf je dan in voor de tweewekelijkse nieuwsbrief.