Afbeelding

Friesland bij zonsondergang.

Friesland bij zonsondergang.

/ analyse

Achter de zonneschijn is sprake van zéér verraderlijk weer

Het is 5 oktober. In de Bilt is het 21 graden. De zon schijnt. Maar het weer is verradelijk. Zo veranderen de oceanen steeds sneller door de klimaatverandering. Dat komt niet alleen door de hogere temperaturen, maar ook doordat veranderingen in ecosystemen steeds dieper op elkaar ingrijpen, zo waarschuwen 125 wetenschappers in het 10e Copernicus Ocean State Report (OSR10). 

Het gezaghebbende onderzoek wijst erop dat de oceanen steeds meer warmte opslaan. Zo nam de oceaan het afgelopen boekjaar met ongeveer 23 zettajoule toe. Volgens de onderzoekers komt dat neer op ongeveer veertig keer het totale jaarlijkse energiegebruik van de mensheid. Sinds 1960 is bovendien sprake van een versnellende opwarming.

De zeespiegel stijgt zorgwekkend snel 

Zorgwekkend is ook dat de zeespiegel steeds sneller stijgt. Wereldwijd nam het gemiddelde zeeniveau tussen 1999 en 2025 met circa 3,8 mm per jaar toe. Sinds 2012 ligt dat tempo op ongeveer 4,2 mm per jaar. Dat lijkt per jaar weinig, maar een blijvende versnelling heeft grote gevolgen voor laaggelegen kustgebieden, overstromingsrisico’s en verzilting. 

Ook wijst OGS erop dat de oceanen verzuren. Tussen 1985 en 2025 nam de zuurgraad volgens het rapport met ongeveer 17 procent toe. Dat komt vooral doordat de oceaan een deel van de door mensen uitgestoten CO₂ opneemt. Het gevolg is dat de chemische samenstelling van het zeewater een probleem vormt voor koralen, schelpdieren en andere organismen die kalkstructuren vormen. 

Mariene hittegolven worden een oplopend probleem. Daarbij springt vooral de Middellandse Zee eruit. In 2024 waren daar meer dagen met mariene hittegolven dan in enig ander jaar in de voorafgaande twintig jaar. De gemiddelde oppervlaktetemperatuur lag er 123 °C boven de referentiewaarde, terwijl de Middellandse Zee tussen 1982 en 2024 gemiddeld ongeveer 0,32 °C per decennium opwarmde. 

Opwarmende oceanen

Belangrijk is het volgens de wetenschappers dat men begrijpt dat de extremen niet alleen in het wateroppervlak zitten. Zo duurden sommige hittegolven in de Middellandse Zee en de Zwarte Zee in 2024 meer dan dertig dagen en lagen temperaturen lokaal meer dan 4,6 °C boven normaal. Metingen tot circa 40 meter diepte laten zien dat grote hoeveelheden warmte onder het oppervlak kunnen blijven zitten. Daardoor wordt de ecologische belasting van het wateroppervlak onderschat. 

De wetenschappers waarschuwen ervoor dat het belangrijk is om te begrijpen dat temperatuur, zuurstof, verzuring, voedingsstoffen en circulatie elkaar beïnvloeden. Een concreet voorbeeld uit 2024 is de noordelijke Adriatische Zee, waar chlorofylwaarden in het voorjaar tijdelijk meer dan 100 procent boven het klimatologische gemiddelde lagen. Dat kwam mede na uitzonderlijke rivierafvoer en toevoer van voedingsstoffen.

Copernicus heeft inmiddels zijn tiende editie van de Ocean State Report gepubliceerd. Het maakt steeds duidelijker wat de tijdelijke extremen zijn en welke onderdelen op een structurele verandering wijzen. Het rapport richt zich dan ook in toenemende mate op de richting waarin het oceaansysteem zich beweegt. 

De rode draad is volgens de onderzoekers dat een warmere oceaan een soort van kettingreactie veroorzaakt. Water zet uit als het warmer wordt en draagt zo bij aan zeespiegelstijging. Warmere zeeën vergroten de kans op mariene hittegolven, beïnvloeden ecosystemen en kunnen tropische stormen extra energie geven. Tegelijk draagt smeltend landijs bij aan een verder stijgende zeespiegel.

Het beeld van Copernicus wordt bevestigd door andere recente klimaatmetingen. Zo concludeerde de Wereld Meteorologische Organisatie (WMO) in maart 2026 dat de mondiale oceaanwarmte in 2025 het hoogste niveau sinds het begin van de meetreeks in 1960 heeft bereikte. De snelheid waarmee de oceaan in 2005–2025 opwarmde, was meer dan twee keer zo hoog als in de periode 1960–2005. Ongevee 90% van het oceaanoppervlak maakte in 2025 minimaal één mariene hittegolf mee, aldus WMO. 

Oceanen warmen extreem snel op 

NOAA komt in zijn onderzoeken tot een vergelijkbare conclusie: de warmte-inhoud van de bovenste oceaanlagen bereikte in 2025 een record. Dat is klimatologisch verontrustend, omdat de oceanen rond de 90 procent van de extra warmte in het klimaatsysteem opnemen. De oceanen functioneren daardoor als een enorme buffer; zonder die warmteopname zou de atmosfeer aanzienlijk sneller opwarmen. Maar die bufferfunctie heeft dus zelf grote consequenties voor de toestand van de zee. 

Voor Europa is vooral de situatie in de omliggende zeeën relevant. In 2025 had 86 procent van het Europese zeegebied te maken met een mariene hittegolf, waarbij 36 procent van het gebied zelfs omstandigheden in de categorie severe of extreme ondervond. Dat was het hoogste aandeel dat tot dan toe was gemeten. 

Het rapport van OSR10 is gebaseerd op satellietmetingen, metingen op en in zee en computermodellen, met bijdragen van circa 125 wetenschappers.