Afbeelding

Hoogleraar Anne Lafarre. Foto: Maurice van den Bosch.

Anne Lafarre, hoogleraar Ondernemingsrecht en Financiering, spreekt haar oratie uit. Foto: Maurice van den Bosch.

/ analyse

‘Aandeelhouder kan zijn plichten niet langer ontlopen’

Aandeelhouders liggen wereldwijd toenemend onder druk. Dat komt doordat uitdagingen, zoals klimaatverandering, duidelijk maken dat zij niet alleen rechten hebben, maar ook maatschappelijke plichten. Macht zonder verantwoordelijkheid past niet meer bij de hedendaagse economie. Tot die conclusie kwam Anne Lafarre in haar recente inaugurale rede “De moderne aandeelhouder: over macht, onmacht en verantwoordelijkheid”.

Lafarre - hoogleraar Ondernemingsrecht en Financiering aan de Tilburg University -, pleitte in haar vorige maand gehouden oratie voor aanpassing van corporate governance-regels en een explicietere juridische verankering van duurzaam aandeelhouderschap. Daarmee verschuift, volgens haar, het beeld van de aandeelhouder: van een passieve investeerder naar een actor met publieke verantwoordelijkheid.

Werden aandeelhouders vroeger vooral gezien als passieve kapitaalverschaffers, tegenwoordig zijn zij machtige spelers geworden met grote invloed op ondernemingen, financiële markten en daarmee ook op maatschappelijke ontwikkelingen. Volgens Lafarre sluit het huidige ondernemingsrecht echter nog onvoldoende aan bij deze nieuwe werkelijkheid.

Oratie Anne Lafarre

In haar proefschrift staan twee typen “moderne aandeelhouders” centraal. Dat zijn de institutionele beleggers (zoals pensioenfondsen, verzekeraars en vermogensbeheerders) en beursgenoteerde moedervennootschappen binnen internationale concerns. Beide beschikken over aanzienlijke economische en juridische macht, maar dragen volgens Lafarre nog te weinig expliciete verantwoordelijkheid voor de maatschappelijke gevolgen van hun handelen.

Lees hier haar rede: De moderne aandeelhouder: over macht, onmacht en verantwoordelijkheid

Een belangrijk thema daarbij is volgens Lafarre de spanning tussen macht en onmacht. Aan de ene kant hebben grote aandeelhouders veel invloed. Institutionele beleggers bezitten vaak grote pakketten aandelen en kunnen via stemrechten, aandeelhoudersvergaderingen en engagement invloed uitoefenen op ondernemingsbeleid. 

Beleggers: Veel macht die niet gebruikt wordt

Tegelijkertijd benadrukt Lafarre dat deze beleggers vaak ook onmachtig zijn: zij opereren in mondiale financiële markten waarin concurrentiedruk, korte termijn rendementen en complexe eigendomsstructuren duurzaam handelen bemoeilijken. Daardoor ontstaat een paradox: aandeelhouders hebben formeel veel macht, maar gebruiken die niet altijd om maatschappelijke problemen zoals klimaatverandering of mensenrechtenschendingen effectief aan te pakken.

Lafarre bekritiseert vooral het klassieke idee dat aandeelhouders uitsluitend gericht zouden moeten zijn op financieel rendement. Zij stelt dat moderne aandeelhouders mede verantwoordelijkheid dragen voor “duurzame lange termijn waardecreatie”. Dat betekent dat ondernemingen niet alleen winst moeten maken, maar ook rekening moeten houden met werknemers, milieu, mensenrechten en toekomstige generaties. Volgens haar moet deze bredere verantwoordelijkheid niet alleen gelden voor bestuurders, maar nadrukkelijk ook voor aandeelhouders.

Vermogensbeheerder ontloopt verantwoordelijkheid

Bij institutionele beleggers ziet Lafarre een probleem in de enorme concentratie van macht bij enkele grote Amerikaanse vermogensbeheerders, zoals BlackRock en Vanguard. Haar empirische onderzoek laat zien dat deze partijen wereldwijd veel stemmacht hebben, terwijl zij relatief terughoudend zijn op duurzaamheidsgebied. Hierdoor ontstaat het risico dat financiële macht onvoldoende wordt ingezet voor de klimaattransitie of maatschappelijke hervormingen. Daarom pleit Lafarre ervoor dat Nederlandse institutionele beleggers (nog) actiever gebruikmaken van hun aandeelhoudersrechten en zich sterker richten op duurzaamheid.

Daarnaast bespreekt zij de verantwoordelijkheid van moedervennootschappen voor buitenlandse dochterbedrijven. Grote concerns profiteren van internationale structuren, maar verschuilen zich juridisch vaak achter de zelfstandigheid van dochterondernemingen. Lafarre vindt dat moedervennootschappen meer verantwoordelijkheid moeten dragen voor misstanden in hun ketens, bijvoorbeeld op het gebied van milieuvervuiling of arbeidsomstandigheden.

De kern van Lafarres betoog is uiteindelijk normatief: het ondernemingsrecht moet beter erkennen dat moderne aandeelhouders niet alleen rechten hebben, maar ook maatschappelijke plichten. Macht zonder verantwoordelijkheid past volgens haar niet meer bij de hedendaagse economie. Zij pleit daarom voor aanpassing van corporate governance-regels en een explicietere juridische verankering van duurzaam aandeelhouderschap. Daarmee verschuift het beeld van de aandeelhouder: van een passieve investeerder naar een actor met publieke verantwoordelijkheid.

Dr. Anne Lafarre is hoogleraar Ondernemingsrecht en Financiering aan de Tilburg University. Haar werk spitst zich toe op innovatief onderzoek en onderwijs met duurzaamheid als centraal maatschappelijk thema. Op dit moment is zij ondermeer editor van ‘The Cambridge Handbook of Law and Responsible Business’.

Lees ook:  De trias economica van Babette Porcelijn