Afbeelding

Schade na waterbom in Oostenrijk

Grootschalige schade na waterbom in Oostenrijk. 

/ analyse

50 jaar na het noodsignaal, komt mens weifelend tot inkeer

In het kort: 

  • Club van Rome luidt noodklok in 1971: zonder aanpassingen bedreigt een ramp de wereld.
  • 50 jaar na dato is de mensheid, zoals voorspeld, op de grenzen van Moeder Aarde gestuit.
  • Leven in harmonie met de natuur stuit op een culturele en een politieke uitdaging. 

We staan op de drempel van een nieuw tijdvak, één waarin ons eeuwenoude mechanisch wereldbeeld van oorzaak en gevolg ontmaskerd is. Wat ervoor in de plaats komt is een meer holistisch wereldbeeld waarin de mensheid in harmonie met de aarde gaat leven. Maar die existentiële opdracht wordt door twee grote uitdagingen bemoeilijkt.

Op dinsdag 31 augustus 1971 viel in huize Van Lotringen, zoals gebruikelijk, de NRC op de deurmat. Het was een exemplaar van de krant die – bij uitzondering – klonk als een tikkende tijdbom. Dat werd duidelijk toen mijn vader de voorpagina opensloeg. ‘Moet je horen’, zei hij en las de openingskop voor: “Ramp bedreigt wereld”. Mijn moeder kwam achter hem staan en keek over zijn schouder mee. ‘Als alles en iedereen doorgaan op de manier waarop dat nu gebeurt, dan komt er binnen enkele tientallen jaren een geweldige catastrofe’, las mijn vader voor. 

Die catastrofe zou worden veroorzaakt door honger, uitputting en vervuiling. “Er zijn – nu! – ingrijpende maatregelen nodig om dat onheil te voorkomen”, zo stond in het artikel. De boodschap was opgesteld door wetenschappers van de Club van Rome - hun rapport Grenzen aan de groei zou schokgolven door de wereldgemeenschap jagen. 

Even leek het erop dat het toenmalige kabinet de aanbevelingen van het rapport tot beleid zou maken. Daar droeg de oliecrisis van 1973 aan bij, die beschouwd werd als het begin van het geschetste doemscenario. Maar gaandeweg ebde de aandacht weg. Oorzaak: urgente sores, zoals oplopende staatsschulden, een loon-prijsspiraal en de ineenstorting van complete bedrijfstakken.

Bovendien begon de ideologische wind in het Westen te draaien: het (neo-)liberalisme werd het refrein in Washington en de Europese steden, met als vaandeldragers Ronald Reagan en Margaret Thatcher. Hun beleid van liberalisering, deregulering en de overtuiging dat publieke diensten beter en efficiënter konden worden gedaan door de markt dan door de overheid, werd het heersende narratief. In het verlengde daarvan voerden centrale banken accomoderend beleid met dalende rentes. Gevolg: alle dagen feest op de beurzen van New York, Londen en Amsterdam. 

Spinnend van zelfgenoegzaamheid 

Inmiddels zijn we 50 jaar verder: een stuk rijker en een stuk wijzer, maar ook een stuk bedroefder. Want we zijn inderdaad, zoals door de Club van Rome voorspeld, frontaal op de grenzen van de groei gebotst. Zo hebben we inmiddels zes van de negen planetaire grenzen van de aarde overschreden. Dit jaar valt de zogenoemde Earth Overshoot Day, de dag in de jaarkalender waarop de mensheid de natuur begint te overvragen en uit te putten, al op 25 juli. Vorig jaar was dat nog 2 augustus. 

Toch hebben we decennialang gespind van zelfgenoegzaamheid over de behaalde resultaten die we de afgelopen 250 jaar hebben behaald. We hebben in die periode namelijk met al onze creativiteit, energie en intelligentie het gedachtegoed van Adam Smith, de grondlegger van het kapitalisme, uitgevoerd. Zijn in 1776 gepubliceerde boek The Wealth of Nations bevatte feitelijk namelijk de opdracht dat “welvaart aan alle rangen en standen van de samenleving ter beschikking zou komen”. Zo geschiedde.

Uitdagingen van culturele en (geo)politieke aard 

De nieuwe opdracht is van een compleet andere orde: de mensheid moet in harmonie met de aarde gaan leven. Maar die opdracht wordt door twee grote uitdagingen bemoeilijkt - de één is van culturele aard, de ander is van (geo)politieke aard. 

Die eerste uitdaging gaat terug tot het jaar 1517. Dat was het moment waarop de monnik Maarten Luther met zijn 95 stellingen een aanval opende op de clerus en de katholieke kerk van binnenuit probeerde te hervormen. Het eindresultaat was echter een scheuring in de moederkerk in een katholiek en een protestant smaldeel. Dat culmineerde in een decennialange godsdienstoorlog. 

In het verlengde daarvan kwam het in de 17e eeuw tot een scheiding van kerk en staat. Vervolgens zou het onder invloed van de verlichtingsdenkers komen tot de “vervanging” van het geloof door de rede. Zo werd er een mechanisch wereldbeeld geformuleerd door de filosoof René Descartes en de wis- en natuurkundige Christiaan Huygens. Beiden woonachtig in de Republiek der Verenigde Nederlanden. 

Zij stelden de wereld voor als één waarin alles te beschrijven is in termen van botsende deeltjes. Het heelal was een enorm mechanisch uurwerk, waarin alles een oorzaak en een gevolg had. Dit wereldbeeld, waarschijnlijk geworteld in de eigen ervaringen van een door oorlogen, epidemieën en natuurrampen getekende tijd, werd vervolmaakt door Isaac Newton. Hij formuleerde de theorie van de zwaartekracht, wat betekende dat er sprake was van een staat van permanente onbalans. Het wereldbeeld waarin alles tegengesteld en strijdig met elkaar zou zijn, kreeg een vervolg met de theorieën van Darwin: de evolutie komt neer op het overleven van de sterkste. 

Mechanisch wereldbeeld 

Dit mechanische wereldbeeld vormde de wegbewijzering naar het industriële tijdperk en het marktkapitalisme. Het heeft ons – eerlijk is eerlijk – indrukwekkende prestaties en verworvenheden opgeleverd. Kijk maar naar de fenomenale verbetering van de levensstandaard in de wereld. Echter, het industriële tijdperk dreigt nu door toedoen van de mens over te vloeien in een tijdperk van catastrofes. We stuiten letterlijk op de grenzen van Moeder Aarde en realiseren ons: There is no Planet B – wat Elon Musk met zijn plannen voor een kolonie op Mars ook mag beweren. 

Nu we de grenzen van de groei, dat wil zeggen de grenzen van de aarde, hebben bereikt begint ook ons wereld-, mens- en zelfbeeld te kantelen. We beginnen in te zien dat het bestaan helemaal niet om ons draait. Sterker nog, de aarde kan moeiteloos zonder ons, maar wij kunnen niet zonder haar. De mensheid is dan ook niet meer dan een onderdeel van de natuur, wat betekent dat zij in harmonie met die aarde moet leren leven. Doet zij dat niet, dan zal extinctie haar lot zijn. Maar begrensd leven, zowel in verlangens als in ambities, is niet gemakkelijk voor wie vanaf de 20e eeuw voortdurend is bespeeld en gemanipuleerd met de boodschap dat materialisme en consumptie de belangrijkste bronnen van menselijk geluk en zingeving zijn.

“There ain’t no such thing as a free lunch” 

De andere uitdaging waar het Westen zich voor gesteld weet is van (geo)politieke aard. De confrontatie met de grenzen van de groei komt namelijk op een moment dat ook de Amerikaanse hegemonie aan kracht en geloofwaardigheid inboet. Ideologische tegenstanders als China en Rusland voelen dat feilloos aan en dagen de Verenigde Staten subtiel in woord en daad uit. Deze twee landen weten zich daarbij min of meer gesteund door de zogenoemde Global South. Dat zijn landen op het zuidelijk halfrond die in de bovengenoemde 250 jaar slachtoffer zijn geweest van het Europese en het Amerikaanse (neo-)kolonialisme.

Deze landen winnen nu aan zelfvertrouwen, dankzij een combinatie van een jonge, vitale bevolking, groeiend zelfbewustzijn en het toenemende besef dat grootmachten als VS, maar vooral ook Europa, de overgang naar een Co2-neutrale wereld moeilijk kunnen maken zonder de inbreng en de hulp van deze Global South-landen. Het bewustzijn daarover vertaalt zich in toenemend activisme. Zo eisen de regeringen van deze landen, bij de klimaatconferenties van de Verenigde Naties, telkens weer dat zij bij maatregelen tegen de klimaatverandering financieel worden ondersteund door het Westen. Daarbij beroepen zij zich op het principe “de vervuiler betaalt”. 

Vooralsnog worden die gesprekken op fluistertoon, achter gesloten deuren, gevoerd. Maar dat kan snel veranderen als men in de machtscentra van deze landen tot het inzicht komt dat Europa door gebrek aan strategische mineralen en grondstoffen de overgang naar een Co2-neutrale wereld niet of moeilijk kan maken. Op dat moment zal men zich in Congo, Namibië en Zimbabwe eensklaps die ene boektitel herinneren van de geestelijk vader van het neo-liberalisme, Milton Friedman: “There ain’t no such thing as a free lunch.”